column Diederik Samsom

Na verwarring en verdriet weten we ook: we zijn een lief land en we kunnen dit aan

Diederik Samsom

Telkens wanneer de afgelopen ­jaren andere landen werden ­getroffen door brute aanslagen en Nederland van comfortabele afstand meeleefde, drong zich bij mij de vraag op hoe wij zouden ­reageren als het hier om de hoek ­gebeurde. Toegegeven, ik had daar een hard hoofd in. Een land dat niet in staat is zijn cool te bewaren bij de intocht van een imaginaire kindervriend, moet haast wel een collectieve zenuwinzinking krijgen als er echt iets schokkends gebeurt. Zouden wij de zelfbeheersing kunnen opbrengen die de rustige Duitsers of de serene Fransen aan de dag legden, nadat een gek bij hen op nihilistische wijze soms tientallen slachtoffers had gemaakt?

Afgelopen maandag kwam de ­gevreesde test. Een gewelddadige maniak joeg in een tram in Utrecht drie onschuldige levens de dood in, verwondde er nog eens vijf en bleef daarna bijna een dag voortvluchtig, met moordwapen, en misschien ook handlangers. Een vreselijke daad met grote impact. Al snel ­werden meer details toegevoegd − dader van Turkse afkomst − en werd het beeld aangevuld met geruchten: hij zou ‘Allah is groot’ hebben geroepen. Alle ingrediënten dus voor een uitbarsting van ­paniek, onverdraagzaamheid en agressie. Jegens elkaar. Of richting hulpverleners, ook al zo’n gezellige Nederlandse folklore. Ik hield mijn adem in. En ik was vast niet de enige.

Op dat adembenemende ­moment, een uur na de schietpartij, bevond ik me op station Utrecht. Op twee steenworpen van de plaats ­delict. Om me heen wandelde iedereen rustig van en naar de perrons. Voor de zekerheid vroeg ik nog aan iemand of-ie het nieuws al had ­gehoord. ‘Ja, sjonge, dan komt het wel dichtbij, hè. Op welk perron gaat de trein naar Woerden? Nou dag, hoor.’ Ik keek hem verbaasd, bijna glimlachend, na.

Op tv werd de hele dag live verslag gedaan van de ontwikkelingen. Dan zie je pas goed dat we hier gelukkig nauwelijks ervaring mee hebben. ‘We schakelen nu meteen naar ­Martijn, want die staat − o, geen ­verbinding − dan naar Ron, Ron kun je me horen... Ron?’ Maar o, wat een rustgevende overdosis aan prudentie betrachtten onze omroepen, ook de commerciële, op dat moment. Wie wel eens de ambulance chasers en geruchtenmachines van CNN of Fox heeft gevolgd na een soort­gelijke aanslag elders in de wereld, weet voor welke verleidingen je als ­medium ook kunt vallen. Zo niet de onze.

Ze werden daarin bijgestaan door onverstoorbare politiewoordvoerders, die niets wilden bevestigen tenzij het om driemaal gecheckte feiten ging. Impliciet maar gedecideerd corrigeerden ze daarmee op gezette tijden ook de bestuurders, die in hun begrijpelijke wens informatie te ­verschaffen soms een stapje te ver gingen. Bijvoorbeeld door voorbarig het adjectief ‘terroristisch’ voor ‘aanslag’ te zetten of abusievelijk te spreken over ‘meerdere locaties’. Sowieso een diepe buiging voor alle hulpverleners en politie. Zij sleepten slachtoffers, omstanders, betrokkenen – en eigenlijk heel ­Nederland – met hun geweldige optreden door deze moeilijke dag.

Vooral de straatinterviews boden veel troost op deze verdrietige dag. Ooggetuigen zonder een greintje sensatielust. Omwonenden met eindeloos begrip voor het ingewikkelde werk van de arrestatieteams, waardoor ze hun huis niet in konden. ­Ouders die rustig en begripvol hun kinderen van school haalden. Een ­gesluierde moeder omschreef daarbij haar gevoel: verdrietig. Bang? Boos? Razend? Nee, verdrietig. Voor de kinderen.

Natuurlijk had je het riool van Twitter en uiteraard zijn er ook altijd degenen die met een giftige mix van opportunisme, revanchisme en ­hypocrisie toch trachtten politieke winst te munten uit deze tragiek. Maar hun provocaties oogden ­miserabel in het lege campagnestrijdperk, verlaten door de andere ­partijen die op zo’n dag wél de juiste ­prioriteit wisten te stellen.

Op het eind van de dag vertelde een student hoe ze vanuit haar ­kamer de uiteindelijke arrestatie had kunnen volgen. Ze had van ­bovenaf gezien hoe een zwaar­bewapend lid van het arrestatieteam zijn vriendin per WhatsApp de afloop berichtte: ‘Allemaal hartjes, heel schattig. Toen wist ik, het is goed afgelopen.’

Dat prachtplaatje wist niet de beelden uit van de tram, heelt niet het verdriet van de slachtoffers en na­bestaanden. Maar het verbeeldt wel een hoopgevende boodschap: we zijn een lief land. We kunnen dit aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.