Column

'Na nog een Bionade Vlierbes waren de geheelonthouders er wel klaar mee'

Columnist Erik Jan Harmens droomde dat hij bier dronk en voelde zich schuldig. 'Het was niet gebeurd, maar het voélde wel alsof het was gebeurd, en daarmee was het toch een beetje waar.'

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Vannacht droomde ik dat ik een jaar niet had gedronken. Heel vreemd is dat niet, want ik heb ook in werkelijkheid een jaar niet gedronken. Ik droomde dat ik die prestatie ging vieren met mijn vriend Stephan, die al bijna veertien jaar droogstaat. In de lunchroom bestelde hij een koffiespecialiteit waarbij het onderste deel van het longdrinkglas gevuld was met koffie en het bovenste met gestoomde melk. Ik nam een andere, waarbij juist het onderste deel van het glas uit warme melk bestond en het bovenste uit koffie. Daarna dronken we een ginger ale en nog een Bionade Vlierbes om het af te leren en toen waren deze geheelonthouders er wel zo'n beetje klaar mee. We rekenden af en toen verscheen ineens het volgende beeld in mijn droom: Stephan en ik zaten in een stationsrestauratie op een barkruk en hielden allebei een glas Westmalle Triple in onze handen. We keken elkaar betekenisvol aan, knikten bij wijze van proost en zetten voorzichtig de rand van het glas aan onze lippen.

De zacht-bittere, romige smaak van het goudgele trappistenbier vulde mijn mond en meteen daarna mijn hoofd. Ik steeg op zonder van de barkruk af te komen, en toen werd ik wakker. Ik zat enkele momenten roerloos rechtop in mijn bed en veegde mijn mond af, om pas daarna te bedenken dat ik niet werkelijk had gedronken. Toch voelde ik me schuldig en mislukt, eerst omdat nog niet tot me door was gedrongen dat het niet echt gebeurd was, vervolgens omdat ik blijkbaar de drank toch zo miste dat ik ervan moest dromen.

Toch een beetje waar
Toen ik nog getrouwd was heeft mijn toenmalige vrouw wel eens een dag niet tegen me gepraat, omdat ze had gedroomd dat ik was vreemdgegaan. 'Maar het was een dróóm', probeerde ik nog. Ik hoefde de volgende nacht nog net niet op de bank te slapen, maar intimiteit of zelfs maar tederheid zat er voorlopig even niet in. Mijn droom over het drinken voelde net zo realistisch. Het was niet gebeurd, maar het voelde wel alsof het was gebeurd, en daarmee was het toch een beetje waar.

Pas wilde ik sokken van Falke gaan kopen in de Bijenkorf, een uitspatting die ik mezelf een of twee keer per jaar toesta. Ik kwam op hetzelfde moment bij de draaideur aan als een jonge vrouw van wie ik nog niet wist dat ze Désirée heette. Ik maakte een hoffelijk gebaar ten teken dat ze voor mocht gaan maar zij zei, volkomen terecht natuurlijk, dat het een heer betaamt als eerste een etablissement te betreden om te zien of de kust veilig is. Ik maakte derhalve als eerste mijn gang door de draaideur en stak mijn duim omhoog ten teken dat ze verder kon komen. Een moment later zaten we samen in de bar op de begane grond, waar we ons verslikten in de koud geworden warme chocolademelk om een grap die te flauw is om na te vertellen.

Sluitingstijd
Toen Désirée weg was mijmerde ik nog een beetje aan ons tafeltje over wat er nu verder zou gebeuren. In lijn met de betekenis van haar naam begeerde ik haar, dus ik zou 'r zeker bellen. Maar niet meteen, want dat staat te hongerig. We zouden uit eten gaan, dansen, en bij haar voordeur zouden we teder zoenen. Dat zou een soort vrijbrief geven voor het volgende afspraakje, waarbij we elkaar als wilde dieren zouden aanvallen. In het licht van de maan schijnend op de zware sprei die als een ingestort gebouw drukte op onze vermoeide lichamen, zou ik haar hand grijpen en even wachten met spreken, waarna zij zou knikken al voor ik haar had gevraagd. O, wat is ze mooi, zou ik verzuchten. O, wat is ze verschrikkelijk mooi.

'En nu naar buiten!' Twee mannen van security tilden me aan beide armen omhoog en begeleidden me naar de uitgang van de Bijenkorf. Op de grote klok zag ik dat het ver na sluitingstijd was; blijkbaar was ik zo diep weggedroomd dat niets of niemand meer tot me had kunnen doordringen. Buiten merkte ik dat ik het kaartje met haar 06-nummer op tafel had laten liggen. De blik van de beveiligers sprak boekdelen: ik zou vandaag niet opnieuw binnen geraken. Ik zal Désirée denk ik nooit meer zien, maar wat hebben we samen veel meegemaakt. Niet echt natuurlijk. Maar het voelt zo, en dus is het waar.

Erik Jan Harmens is dichter. Zijn nieuwste bundel Open mond verscheen in oktober bij Lebowski.
Twitter: @ErikJanHarmens

null Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden