Verslaggeverscolum in almelo

Na het machtsvertoon blijft de machteloosheid in ‘pauperparadijs’ Almelo

Almelo is, anders dan ze zeggen, een beweeglijke stad. Het is ook een van de armste steden van het land, en heeft het daarmee te doen. Je hoort eigenlijk nooit over de manier waarop Almelo z’n beste beentje voorzet. Behalve na een massieve aanval op criminelen in een buurt die nu bekendstaat als pauperparadijs.

Het geluid van de explosieven om vijf uur ’s ochtends was tot over de grenzen te horen, het mediaplan lag duidelijk klaar, inclusief infographics en een webcareteam, hashtag #stopondermijning, en een stoer Facebookfilmpje met agenten die wapens omgorden en een burgemeester die ‘hoopt op meerdere acties’.

Hier was een overheid aan het werk die wil laten zien wie de macht heeft.

Politiemacht haalt huizen leeg. Beeld ANP

Het dondert na in de oren van de bewoners, als ik er een paar dagen later doorheen wandel. Het was allemaal ‘een beetje veel’, zeggen ze – ook degenen die tevreden zijn. 450 agenten, militairen, douaniers, handhavers in alle kleuren: het was Amerikaans, Almelo heel even Baltimore. De ‘roemruchte Nieuwstraat’, schreef De Telegraaf, ‘het pauperparadijs dat de buurt heet te zijn’.

Zo heet de buurt niet te zijn, maar vanaf nu dus wel.

De Nieuwstraat en aanpalend gebied vormen een eigen klimaatzone van verhoogde activiteit. Veel mensen buiten, in een kluwen van onduidelijkheid. Het is een Turks-Nederlandse wijk met goedkope huizen waar ook Polen en Bulgaren wonen, een straat die als een lint door de buurt kringelt, bezet met ouderwetse winkels, ook Hollandse. Geen keten te bekennen. Sommige staan leeg, andere floreren, een groot gezin maakt zich ruziënd breed in de betegelde voortuin – de binnenwereld valt hier samen met die van buiten.

Er wordt ook weer gewoon geleefd in de huizen waar de politiemacht binnenviel. De man die de kale houten nooddeur opendoet, constateert: ‘deur kapot’. Eruit geblazen, maar hij weet uiteraard van niks.

Iedereen hier weet van de criminelen. Dat weet iedereen. Zolang je er geen last van hebt, zegt de buurman van boven, heb je er geen last van. Zo is de criminaliteit genormaliseerd in een stad waar weinig te verdienen valt. Er is – en pak dat maar eens aan met je geweldsmonopolie – begrip.

De buurman is een Turk met een Twents accent die lang werkte in de Twentse industrie, maar nu niet meer. Hij begint over de wegbezuinigde politiepost. De cultuur van elkaar helpen, en waar je dat nog vindt: hier wel.

‘We nemen het de mensen niet kwalijk dat ze wiet kweken. Wat moet je anders? Ik heb liever dat ze wiet kweken, dan dat ze bij me inbreken.’

Er wordt weer gewoon doorgeleefd. Beeld Toine Heijmans

Na het machtsvertoon blijft de machteloosheid achter – van de dertien arrestanten (De Telegraaf: ‘tientallen’) is er alweer eentje vrijgelaten. Hun advocaten zetten de tegenaanval in. Het resultaat, zegt Mark Leus: voor de criminelen die we kennen, krijgen we nieuwe terug die we niet kennen. De ‘bekende panden’ worden vervangen door onbekende – ‘dat is alles’.

Mark Leus groeide op in de straat en heeft er een winkel in wapens en andere attributen voor de schiet- en jachtsport. De inval was ‘voor het oog’, zegt hij, ‘de gemeente heeft de wijk 20 jaar laten liggen’. Dit was, kortom, ‘een scheet in de wind’. ‘Te weinig, te laat.’

Maar als jij burgemeester was, Mark, wat zou je doen?

‘Dat is een gemene vraag’, zegt hij terug. Denkt na. ‘Ik zou proberen mensen aan het werk te krijgen. Uiteindelijk heeft het allemaal te maken met welvaart en werk. Waarom zou je werken, als je nauwelijks meer krijgt dan in de bijstand?’

Halverwege ligt de straat open: met grof geweld wordt een nieuwe riolering aangelegd. Daarna volgt een herinrichting. Bewoners mochten erover meepraten, ‘er is gediscussieerd tot aan de kleur van de stoeptegels’. Justin Harings heeft met zijn vader een fietsenwinkel, ook hij groeide hier op, en plant nu een vlag aan de gevel. Nu pas valt me op dat alle winkels die vlag voeren, blauw met één woord erop, trots: Nieuwstraat.

Winkels in de Nieuwstraat voeren trots de vlag. Beeld Toine Heijmans

Justin Harings vertelt over de braderie die ze gaan houden, en de Kerstmarkt: een teken van een nieuwe Nieuwstraat. Daarom kan hij de inval wel waarderen, ‘tot dusver was het handhaven hier dramatisch slecht’. De gemeente kwam een belofte na.

De vraag of het helpt, doet eigenlijk niet ter zake.

De wijk is decennia verwaarloosd, daar komt het op neer, de goedkope huizen opgekocht door huisjesmelkers, die ze volstoppen met arbeidsmigranten. ‘Het is eigenlijk geen woonwijk meer, ik zie nog nauwelijks kinderen op straat spelen.’ Zoals hij hier speelde. ‘Het is een arme wijk’, zegt Justin, ‘niemand is nog trots om hier te wonen. Maar daar kun je wat aan doen.’

Dus gaat hij er wat aan doen.

De politiemacht is alweer verdwenen. Justin kan ook vertrekken als hij wil – maar dat doet hij niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.