COLUMNCindy Hoetmer

Na een tijdje in isolatie begon ik me af te vragen wat er eigenlijk zo leuk is aan al dat gezuip en geouwehoer

Beeld Aisha Zeijpveld

Het terras was relatief vol. Even daarvoor hadden we vanaf een brug bloemen gegooid op een bootje, waarin de plotseling overleden barman van die kroeg en zijn naasten naar de begraafplaats voeren. Later hoorde ik van iemand op het bootje dat het gooien van zonnebloemen in zo’n situatie niet aan te raden is, die zijn zwaar en kunnen pijnlijk neerkomen op een nabestaande. Ik had gelukkig een vederlichte paarse bloem geworpen en sowieso niemand geraakt.

Dit was niet de eerste keer dat ik weer naar het café ging, eerder was ik al binnen geweest toen het net weer mocht. Bij binnenkomst had ik een vragenlijst ingevuld. Het was er leeg, de limiet van negentien man (het is niet groot) werd niet gehaald. We zaten ver uit elkaar, en omdat we niets hadden meegemaakt hadden we weinig te vertellen. Maar nu waren we door het verdriet over de barman de afgelopen drie maanden even vergeten. Het was bijna zoals in dat schitterende jaar 2019.

Drie maanden eerder, op die zondag 15 maart, was ik met een vriendin meegegaan naar een horecagroothandel, waar ik voor de zekerheid twee grote pakken pasta kocht, terwijl hamsteren werd afgeraden. Daarna gingen we wat drinken in een bar bij ons in de buurt. Om een uur of zes, ik was halverwege mijn tweede bier, riep de barman ‘laatste ronde’. Ik lachte, omdat ik dacht dat het een grapje was. De intelligente lockdown was begonnen.

Op dat moment was ik nog opvallend optimistisch. Ik heb mezelf altijd als een enorme zwartkijker gezien, maar toen de coronacrisis zich aandiende dacht ik: het zal wel weer een storm in een glas water zijn. Als tiener ontwaakte ik iedere dag met het idee dat de neutronenbom zou gaan vallen en we allemaal zouden eindigen als een hoopje as, en ook de millenniumbug viel enorm tegen, ik bedoel mee. Sindsdien wacht ik liever even af voordat ik begin met hyperventileren.

‘O nee’, zei ik, ‘twéé weken zonder horeca, dat ga ik niet overleven.’ Dat was een beetje dramatisch, vooral nu is gebleken dat ik drie maanden zonder horeca ook vrij goed heb overleefd.

Na een tijdje in isolatie begon ik me zelfs af te vragen wat er eigenlijk zo leuk is aan al dat gezuip en geouwehoer.

Ik had geen werk, op wat piepkleine dingetjes na, en omdat ik kinderloos ben hoefde ik ook niemand te thuisonderwijzen. Dus deed ik wat iedereen deed; het coronanieuws koortsachtig volgen, zo’n braadpanbrood bakken, zoom-borrelen (poeh, wat is dat ongemakkelijk en saai), dikker worden, jammeren op sociale media, stoepborrelen en wandelen door de stille straten. Godzijdank mochten we wandelen.

Tijdens zo’n wandeling passeerde ik een krul, zo’n openbaar mannentoilet waarvan de onderkant open is tot ongeveer kniehoogte. Een vrouw zat er gehurkt in te plassen. Ik zag haar benen, maar ook haar vagina. Ze plaste om een of andere reden vooruit en niet naar beneden waardoor ik het ding beter zag dan me lief was.

‘Volgens mij kunnen de mensen het zien, Sas’, zei een man, die naast de krul op haar stond te wachten. Toen realiseerde ik me dat de horeca niet alleen goed is voor koffie, bier, en om mij de schijn illusie van een bloeiend sociaal leven te geven, het is ook essentieel om een wandeling mee af te sluiten en je blaas te legen.

Maar goed, we zaten dus op dat terras, ouderwets te drinken en te rouwen met te veel mensen. Ik raakte per ongeluk – in een poging troostend te doen – iemands arm aan, maar dat is natuurlijk nog verboden en bovendien helpt het niets. Er stopte een politiewagen voor het café, en de eigenaar kreeg een waarschuwing. En hoewel het pas een uur of negen was, besloot ik op te stappen. Het leek misschien wel normaal, maar dat was het nog niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden