Column Peter Buwalda

Na Barry Hay en het nepbloed kan ik met mijn Kiss-verhaal niet meer aankomen

Voor de oorlog, toen ik nog manuscripten uitdeukte bij Uitgeverij L.J. Veen, haalde Jan Terlouw me op van het station. We reden door een bos naar zijn landhuis. ‘Zie je die lantaarnpalen?’, vroeg hij.

Ik zag ze.

‘Die heb ik betaald met mijn buitenlandse royalty’s.’

‘Lijken me prima palen’, zei ik.

‘In Spanje heb ik een miljoen boeken verkocht.’

‘Wow’, antwoordde ik.

Na een tijdje zei hij: ‘In de jaren tachtig was mijn landelijke dekking 98 procent.’

Ik dacht na over die uitspraak. Terlouw bedoelde, leek mij, dat op de piek van zijn roem 98 van de 100 Nederlanders wisten wie hij was.

Fijn. Maar het gaat om de twee Nederlanders die het niet weten. Die zorgen voor de mooie momenten.

Zo zat ik er onlangs naast toen Barry Hay, landelijke topdekking zou je denken, een hand gaf aan Martijn Katan, de voedingsprof, die zelf ook best een aardige dekking heeft, niks mis mee, gewoon doorgaan.

‘Katan’, zei Katan. We zaten aan tafel bij Jeroen Pauw, met onder anderen patatbakkers aan wie ­Katan ging uitleggen dat patat ongezond is.

‘Ik ben Barry’, zei Hay.

Er verscheen een vraagteken op Katans gezicht. Was deze Barry een van de frietboeren? Maar waarom dan de zonnebril? ‘U bent een van de…’

‘Golden Earrings’, zei Hay.

Aha, leek Katan te denken, een juwelier.

‘Ik ben de zanger’, ­verduidelijkte Hay. ‘We komen wat zeggen over Elvis.’

‘Sorry’, zei Katan, ‘ik heb geen televisie.’ Ook geen autoradio. In het midden bleef of hij wel wist wie Ol’ Sideburns was.

Iemand riep: ‘We gaan beginnen!’

Jammer, want ik wilde net aan Hay vragen of het waar was van hem en Kiss. Lang geleden vertelde Thomas Verbogt een goed verhaal over Hay en Kiss, namelijk dat Kiss in het voorprogramma stond van de Golden Earring, en dat de Earring een hagelwit podium had en dat Gene Simmons, de bassist van Kiss, iets wilde uitspoken met nepbloed, halverwege wilde hij het gaan uitspugen, wat typisch iets voor Kiss is, natuurlijk.

Slecht plan, vond Hay. Dat ging natuurlijk één grote kliederboel worden, die Kiss-jongens met hun plateaulaarzen door die rooie troep op hun witte podium. Volgens Thomas greep Hay Simmons bij z’n zilveren Dracula-jasje en siste dat hij het niet hebben wilde. Thomas deed het heel geestig na, met een zwaaiend wijsvingertje: ‘Één druppel op ons podium, vriend’, zei hij, ‘en jij en ik hebben een probleem.’ Barry iets voorovergebogen, en Gene, in vol ornaat, iets achterover – je ziet het helemaal voor je, zo’n geschminkte Kiss-kerel die op z’n lazer krijgt van Barry Hay.

Maar goed, de talkshow begon, dus kwam het er niet van, en achteraf, toen we nog wat napraatten, vergat ik het te vragen, dus sloeg ik thuis Hays autobiografie erop na. En verdomd, het verhaal stond erin. Maar wel anders. Niet Hay verbood Kiss met nepbloed te knoeien, maar de roadmanager.

Iets minder leuk, toch. Maar nog altijd een goed verhaal. Ik bedoel, zelf heb ik ook een Kiss-verhaal, op de kleuterschool heb ik Kiss geplaybackt, en ik was Gene Simmons. Dus. Maar daar kun je niet mee aankomen, na Barry en het nepbloed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.