Kunstcolumn Robert van Gijssel

Muziek gaat van mens naar mens, en wat een machine kan produceren is verder helemaal niet boeiend

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Rutger Pontzen, Herien Wensink, of Nell Westerlaken stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Stelling: de muziek van de toekomst wordt gemaakt door een jongen of  meisje met een idee.

We horen de laatste tijd veel over toekomstmuziek. Echte toekomstmuziek, die leven wordt ingeblazen met kunstmatige intelligentie, en die dus wordt gecomponeerd en uitgevoerd door zelfdenkende software.

Op Radio 1 kwam afgelopen woensdag een expert aan het woord. En in de uitzending werd een riedeltje afgespeeld dat, echt waar, helemaal gemaakt was door ‘een computer’. Het was een nerveus en raar huppelmelodietje op een lelijk type elektrische xylofoon die nog het meest deed denken aan een Casio-orgel van de Cash Converter. Nou, daar waren we dan mooi klaar mee, met die toekomstmuziek, dacht ik. Maar het is nog maar een begin hè, vertelde de geluidswetenschapper. Het aardse muziekparadijs zou nog ontsloten worden. Wacht maar.

Dezelfde dag bekeek ik een met de smartphone opgenomen videodocumentaire van de New York Times over de wonderbaarlijke wordingsgeschiedenis van de hiphophit Mo Bamba. Die was in twintig minuten geschreven door drie Amerikaanse jongens met de artiestennamen Take A Daytrip, 16yrold en Sheck Wes. Een handjevol noten op een midi-keyboard. Twee doffe basdreunen. En een akelig vals voorgedragen rap met de briljante tekst: ‘Oh! Fuck! Shit! Bitch! Young Sheck Wes and I’m getting really rich!’ 

De heren hadden er zelf waarschijnlijk ook weinig vertrouwen in, maar gooiden de melige grap toch maar op Soundcloud. En daar ging Mo Bamba. De track werd ontdekt door een paar nieuwsgierige Soundcloud-surfers. Werd een internetcuriositeit. Daarna een hit op feestjes, om mee in de stemming te komen. En nu is Mo Bamba een fenomeen, dat wordt gedraaid op dure modefeestjes, en bij optredens van Drake. Pas verscheen de 19-jarige rapper Sheck Wes naast Drake op een podium, voor uitzinnige fans.

Waarom Mo Bamba zo’n culthype is geworden? Luister maar. Dat dreinende deuntje op het keyboard, dat kurkdroge getik van een goedkope drumcomputer. En dan die zuigende raps van Sheck Wes, die iedereen inclusief zichzelf voor de gek lijkt te houden. Het is gewoon ontzettend leuk, een enorme oorwurm en heeft dus precies dat wat een hit een hit maakt.

Misschien is Mo Bamba wel het bewijs voor de stelling dat toekomstmuziek helemaal niet gemaakt gaat worden door kunstmatige intelligentie, door robots of ander blik. Muziek namelijk is communicatie, van mens tot mens. Wij moeten lachen om Mo Bamba, omdat de makers van Mo Bamba net zo keihard hebben zitten lachen toen ze dat trackje in elkaar staken. Daarom snappen we dat nummer. De bedoeling is duidelijk. We vatten de humor, zien er de lol van in.

Iedereen die denkt dat we straks naar een poppodium of concertgebouw gaan om daar te luisteren naar een orkest van zelfdenkende software, snapt niets van muziek. Wat een machine maakt, is helemaal niet boeiend. Omdat wij, de luisteraars, geen machines zijn. Muziek is kunst en gaat dus van mens naar mens, en hoeft ook helemaal niet mooi of onnavolgbaar te zijn. Muziek kan er soms de ellende eens lekker uitschreeuwen, en daarmee iets te vertellen hebben. We kunnen er wat mee. Wat moeten we met een hyper-inventieve maar – sorry robots – zielloze akkoordprogressie?

De muziek van de toekomst, voorspelt Nostradamus, zal worden gemaakt door een meisje of een jongen met een idee. En gevoel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.