Mulisch

Waarom zou de kist van Harry Mulisch door de doodsbodes gedragen moeten worden, waarom niet door de Nederlandse schrijvers, waarom niet door zijn lezers?

Nazli! De lente lachte weer, de boom staat in bloei. Bij het huis, onder het raam zit er bloesem aan de oude jasmijn.
Laat die twijfel!
Verzet je tegen die verdomde dood!
Er te zijn is beter dan er niet meer te zijn, vooral in de lente.
Maar Nazli sprak geen woord.’
(Shamloo, vertaling Heshmat Manesh)
Om afscheid van hem te nemen kocht ik op Schiphol zijn Ontdekking van de hemel.
Mulisch was weer terug. Ik las het tijdens het wachten, tijdens het vliegen, in de taxi, in het hotel en ’s avonds in een café in het voormalige Oost-Berlijn.
Het boek had ik een paar jaar geleden gelezen, nu las ik het niet voor het verhaal, maar voor Mulisch.
Ik bewandel zijn werk om afscheid van hem te nemen.
Na drie dagen, terug thuis, had ik een aanhoudende lichte hoofdpijn. Het kwam door de stapels woorden van Mulisch.
’s Morgens nam ik een kopje zwarte koffie, trok mijn schone witte overhemd aan, deed mijn zwarte pak aan en pakte de auto, reed naar de bloemist, kocht een paar takken lange witte narcissen, de takken bogen licht, verliefd op zichzelf. Ze zijn afkomstig uit de Griekse mythologie, gekoppeld aan ijdelheid.
Ik reed naar Amsterdam, vreesde dat het erg druk zou zijn, dat ik geen parkeerplaats zou kunnen vinden en dat ik aan de rand van de stad zou moeten parkeren.
Een overbodige zorg, maar een immigrant blijft een immigrant. Bij ons in het vaderland zouden, als een schrijver van het kaliber van Mulisch dood zou gaan, duizenden mensen uit het niets komen opdagen, in zwarte kleding. Ze komen alsof het hun vader is die overleden is.
Niemand wacht op een uitnodiging, niemand wacht op een begrafenisondernemer, de schrijver is van hen. Hij behoort tot het woord.
De familie zet de deuren wijd open en laat de mensen de kist van hun schrijver door de massa op hun schouders meenemen:
‘Nazli! Zeg iets!
De vogel van het zwijgen broedt op haar nest
het kuiken van een tragische dood uit!
Maar Nazli sprak geen woord.’
Nu reed ik richting het Leidseplein, vreesde dat ik op een gegeven moment niet verder kon rijden door de duizenden Nederlanders die voor de uitvaart van hun nationale schrijver zouden zijn gekomen, maar ik reed ongehinderd tot aan de Schouwburg.
Het was een bijzondere plechtigheid, tranen van verdriet en glimlachen van geluk door de passages van het leven van Mulisch, verteld door zijn naasten. Er waren veel mensen, maar waar waren de anderen?
Nederland moet nog leren feesten, leren rouwen en leren hun nationale trots massaal neuriënd, liederen zingend en kabaal makend naar de rustplaats te begeleiden.
Tijdens de begrafenis van Mulisch werden er trommels ingezet, iets Grieks toegevoegd aan de Nederlandse rouwcultuur, maar de mensen wisten even niet hoe ze zich moesten gedragen, bang voor het neuriën, bang voor de kist.
Waarom zou de kist van Harry Mulisch door de doodsbodes gedragen moeten worden, waarom niet door de Nederlandse schrijvers, waarom niet door zijn lezers?
Met de boot brachten we Harry Mulisch weg, maar hij doorbrak een taboe, hij ging niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden