Moralistische blik op eurocrisis is misleidend en improductief

Complexe oorzaken van de eurocrisis worden gereduceerd tot de instabiliteit van Zuid-Europese landen.

Renovatie van een brug in Saarland. 'Duitsland zou overheidsbestedingen moeten verhogen.' Beeld Marcel van den Bergh

In de Volkskrant van afgelopen vrijdag waarschuwt Adriaan Schout voor de risico's van een nieuwe eurocrisis. De schuld daarvoor legt hij bij de economische en politieke instabiliteit in de Zuid-Europese lidstaten Griekenland, Italië en Portugal.

Dit past bij de moralistische kijk op de economische crisis die in Nederland vast onderdeel is geworden van het publieke debat. Kort gezegd komt deze redenering erop neer dat de Zuid-Europese landen hun economische problemen aan zichzelf te wijten hebben door structureel op te grote voet te leven. Dijsselbloems vergelijking met iemand die zijn geld aan drank en vrouwen heeft besteed en vervolgens om bijstand komt vragen, drukt dit treffend uit.

De oplossing voor de problemen past hierbij. Immers, wie gezondigd heeft, moet boeten. Onder dit mom zijn Griekenland, Portugal en Spanje onderworpen aan draconische bezuinigingen, die worden gepresenteerd als de noodzakelijke zuivering die zal leiden tot economisch herstel. Niet prettig misschien, maar wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.

Deze manier van kijken is om verschillende redenen misleidend en improductief. Zij reduceert een complex geheel van economische mechanismen dat geleid heeft tot de eurocrisis, tot een simpel goed-fout-schema. Daarbij worden de grote economische, politieke en historische verschillen tussen landen als Griekenland, Italië en Portugal over het hoofd gezien, terwijl deze essentieel zijn om hun economische problemen goed te begrijpen.

Eendimensionaal

Dit laat geen ruimte voor een genuanceerde en opbouwende aanpak, die voor elk land kijkt wat de economie het meest versterkt. In plaats daarvan komt een eendimensionaal recept van bezuinigingen, waarvan het resultaat twijfelachtig is.

Bovendien leidt deze manier van denken af van de rol die de Noord-Europese lidstaten spelen in de eurocrisis. Vanuit economisch gezichtspunt zijn de grote handelsoverschotten van Duitsland minstens zo funest voor de stabiliteit van de eurozone als de begrotingstekorten in Zuid-Europa. Duitsland zou hieraan wat kunnen doen door de lonen of overheidsbestedingen in eigen land te verhogen.

Suggesties van economen en de Europese Commissie in deze richting worden echter stelselmatig als absurd van de hand gewezen. In het moralistische denkschema zijn handelsoverschotten immers een teken van economische deugdzaamheid.

Dit speelt ook in de discussie over schuldenverlichting voor Griekenland. Hoewel het IMF, toch bepaald geen zachte heelmeester bij economische kwalen, al meerdere malen heeft gesteld dat dit onvermijdelijk is om de Griekse economie er weer bovenop te helpen, blijven de Duitse en Nederlandse regering stelstelmatig weigeren hierover te praten. Dit zou niet passen in het verhaal waarmee de Griekse staatssteun aan de eigen kiezers is verkocht. Dat de Griekse economie daardoor langer dan nodig in het slop blijft en de Europese economie als geheel kwetsbaarder wordt voor een volgende crisis, wordt op de koop toe genomen.

Onwil

De bedreiging voor de Europese Unie zit dan ook niet alleen in de politieke en/of economische zwakte van bepaalde lidstaten. Het zit met name in de groeiende onwil om zich te verplaatsen in de positie van andere landen in Europa.

De verdragen, formele besluiten en instellingen van de EU zijn noodzakelijke ingrediënten van de Europese samenwerking. Ze kunnen echter alleen werken als de lidstaten zich actief willen inzetten voor een goede samenwerking. Een belangrijke voorwaarde daarvoor is het besef dat het eigen gelijk niet altijd het gelijk van de ander is, dat je (daarom) niet te snel met het vingertje moet wijzen en dat je elkaar iets moet gunnen om verder te komen.

Het verminderde besef daarvan, zowel in Nederland als in veel andere EU-lidstaten, is de grootste bedreiging voor de toekomst van de Europese Unie.

Sebastiaan Princen is hoogleraar bestuur en beleid in de EU aan de Universiteit Utrecht.

Sebastiaan Princen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden