Column Bert Wagendorp

Mogelijk is het zwarte gat al verdwenen, maar gelukkig hebben we de foto nog

Het was woensdag een speciale dag. Om acht minuten over drie werd in zes verschillende steden de eerste foto van een zwart gat getoond. ‘Het zien van het onzichtbare’, zei de Amerikaanse astronoom Shep Doeleman erover in Washington. ‘Science-fiction wordt science-fact’, beweerde zijn collega Avery Broderick, met een verwijzing naar de enorme hoeveelheid door de mysterieuze zwarte gaten geïnspireerde boeken en films.

De foto is op het eerste gezicht niet zo spectaculair: een donkerrode donut met een toefje gele glazuur. Erg actueel is de foto evenmin: hij toont ons niet de huidige toestand van het immense zwarte gat in sterrenstelsel Messier 87, maar die van 55 miljoen jaar geleden: zolang hebben de fotonen erover gedaan om van M87 naar de aarde te reizen. Mogelijk is het zwarte gat inmiddels verdwenen, maar in dat geval hebben we gelukkig de foto nog.

Het is trouwens ook geen foto van het zwarte gat zelf, want een kenmerk van zwarte gaten is dat ze zich niet laten fotograferen. Een zwart gat is een geïmplodeerde ster waarvan de zwaartekracht alles naar binnen zuigt, inclusief het licht dat je nodig hebt voor een beetje knappe foto. De eerste foto van een zwart gat toont als het ware de schaduw van het zwarte gat, de straling rond het niets.

Het gefotografeerde zwarte gat heeft een diameter van honderd miljard kilometer en een massa van 6,5 miljard zonnen: in het universum is de menselijke maat volledig uit het oog verloren, het is louter onvoorstelbaarheid wat de klok slaat. Volgens de astronomen was het ondanks die afmetingen alsof ze vanuit Brussel een mosterdzaadje in Washington moesten fotograferen. Waarom ze per se het zwarte gat in M87 op de foto wilden zetten is mij niet duidelijk: naar schatting zijn er in ons eigen Melkwegstelsel honderd miljoen zwarte gaten en komt er in het hele universum elke seconde een zwart gat bij: keuze genoeg.

Overigens is het zwarte gat ook niet letterlijk gefotografeerd. De foto is samengesteld uit de bizarre hoeveelheid meetgegevens die acht radiotelescopen over de hele wereld hebben verzameld in april 2017.

Dankzij de foto die geen foto is van een zwart gat dat geen zwart gat is staat nu onomstotelijk vast dat zwarte gaten bestaan. Einstein had al uitgerekend dat ze er moesten zijn, al twijfelde hij er zelf aan of dat wel echt zo was.

Tijdens de persconferentie in Washington stelde gelukkig iemand de vraag wat er door de wetenschappers was heengegaan toen ze de foto zagen. Het varieerde van opluchting en verbazing tot tranen van ontroering, zo’n beetje wat winnende wielrenners voelen als ze de finishfoto bestuderen. ‘Something so true!’ zei Doeleman. Dat was mooi gezegd, alleen hebben we nog geen idee wat die waarheid is; dat moet nog even worden uitgezocht.

‘Het is een begin’, zei Sera Markoff van de Universiteit van Amsterdam in Washington over de foto. Dat is zo jammer van grote doorbraken: dat ze uiteindelijk altijd duidelijk maken dat de werkelijkheid nog complexer is dan we al vermoedden en dat zich achter elke oplossing tien nieuwe problemen schuilhouden.

We kijken naar de poorten van de hel, naar het einde van ruimte en tijd’, verklaarde de Nijmeegse hoogleraar Heino Falcke, die ruim twintig jaar geleden het idee voor de foto had bedacht, bij de persconferentie in Brussel.

Het einde van ruimte en tijd; het einde van ons beeld van de werkelijkheid, in één fantastische foto vastgelegd: wat een magistraal staaltje van menselijk vernuft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden