Column Lisa Bouyeure

Moet je kunst en de maker los van elkaar zien, ook als de kunstenaar in kwestie een enorme engerd is?

Grofweg twee decennia geleden was R. Kelly net onder valse voorwendselen met de 15-jarige zangeres Aaliyah getrouwd en zou ik voor het eerst gaan zoenen. Of bekken, zoals dat toen heette, althans in Gelderland. Ik had uit een tijdschrift voor tieners de zin ‘Mag ik misschien mijn kauwgompje in je mond parkeren’ overgeschreven, een pakje Sportlife smashmint gekocht en mijn jeugdliefde, die door mijn vriendinnen ook wel ‘de dikke uil’ werd genoemd, mee naar de bioscoop gevraagd. Zodoende zaten we op een doordeweekse middag naar de basketbalfilm Space Jam te kijken, waar R. Kelly een paar liedjes voor had geschreven.

Het moment waarop ik mijn ingestudeerde pick-upline hardop zou moeten uitspreken, kwam dreigend dichterbij en ik begon me ineens af te vragen of een mens binnen veertien lettergrepen evenveel zure oprispingen zou kunnen krijgen. Nee, dit moest toch anders. Abort mission. Maar daar was reddende engel R. Kelly die ons kreunend toezong dat hij geloofde te kunnen vliegen en zo woorden overbodig maakte. Zijn liedje werd ons liedje. Terugkijkend misschien nog wel sneuer dan dat van dat kauwgompje en dat parkeren.

De zanger wordt al zijn hele carrière beschuldigd van seksueel misbruik, emotionele mishandeling en het bepotelen en onderplassen van vrouwen en minderjarige meisjes, maar tot nu toe is hij de dans steeds ontsprongen. Gebrek aan bewijs. Onrechtmatig verkregen bewijs. Glashard ontkennen. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen hij maandag via Instagram het 19 minuten durende nummer I Admit uitbracht. Eindelijk gerechtigheid.

R. Kelly geeft toe dat hij veel mensen heeft geholpen, dat hij ondergewaardeerd wordt en gewoon een knuffel nodig heeft. Hij geeft toe dat hij het bed deelt met zowel jongere als oudere vrouwen en lijkt te insinueren dat het geen pedofilie is als ze gemiddeld maar meerderjarig zijn. Hij geeft toe dat hij niet weet wat een sekssekte is, dus hoe zou hij er in vredesnaam een kunnen leiden? En hij geeft bovendien toe dat hij onschuldig is en zijn carrière niet wenst te verliezen vanwege meningen en aannames. Mea minima culpa.

Moet je kunst en de maker los van elkaar zien, ook als de kunstenaar in kwestie een enorme engerd is? Ieder medium met een greintje respect voor vrouwen probeerde deze vraag het afgelopen jaar te beantwoorden. Sommige mensen vonden van wel, want in de kunst is geen plek voor moraal. Andere mensen vonden van niet, want de cultuurgeschiedenis is al genoeg doorspekt met machtsmisbruik en misogyne zakken en daar moet maar eens een einde aan komen, goedschiks of kwaadschiks.

Nu probeert uitgerekend R. Kelly, een van de mannen die de vraag aanvankelijk opriepen, de zaak te beslechten. ‘See my work has nothing to do with my private life’, zingt hij. ‘So stay the fuck out of my business and tend to your own damn life.’ Niet erg sterk in een liedje waarin hij acht coupletten lang op zijn privéleven ingaat. ‘Only God can mute me, zingt hij ook nog, verwijzend naar de groep vrouwen van kleur achter de hashtag #MuteRKelly. Zij eisen dat er nu eens fatsoenlijk onderzoek wordt gedaan naar de talrijke aantijgingen aan het adres van de zanger en spreken concertorganisatoren, platenlabels en streamingdiensten aan op hun banden met hem. Het idee is dat als R. Kelly het zwijgen wordt opgelegd, er eindelijk naar zijn slachtoffers geluisterd zal worden.

Na mijn bezoek aan de bioscoop kocht ik natuurlijk het singeltje van I Believe I Can Fly, dat ik onlangs weer opgroef tijdens het inpakken voor een verhuizing. In de bijbehorende videoclip staat R. Kelly moederziel alleen te kwelen in een uitgedroogd maisveld. Een mooi toekomstbeeld. Hij zwijgt misschien niet, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.