ingezonden brieven

Moet ik stoppen met schrijven omdat literair agent manuscripten niet aankan?

De ingezonden lezersbrieven van woensdag 28 april.

Het bureau, de bril en de pennen van schrijver Harry Mulisch in diens voormalige werkkamer in Amsterdam. Beeld ANP
Het bureau, de bril en de pennen van schrijver Harry Mulisch in diens voormalige werkkamer in Amsterdam.Beeld ANP

Brief van de dag

Willem Bisseling is literair agent en kan de stroom ongevraagde manuscripten niet aan (Boeken, 24 april). Daarom moet ik stoppen met schrijven. Bisseling schrijft over ‘echte schrijvers, vakmanschap, kritisch zijn’. Intussen zien we de ene na de andere BN’er met een boek op de proppen komen. Ze verkopen goed, maar hoe zit het met hún vakmanschap?

Hoe kritisch waren uitgeverijen en agenten toen Thomas Acda en Tijl Beckand een manuscript instuurden? Minder dan toen ik dat nog deed. De weg van de minste weerstand is mensen als Bisseling niet vreemd. En daardoor wordt de beperkte ruimte voor debutanten niet door schrijvers ingenomen, maar door ­namen. Ik schrijf al vijftien jaar, heb vier ­romans op mijn naam staan, ben kritisch op mijn werk en de weinige lezers die mij weten te vinden, waarderen mijn boeken. Ik doe alles in eigen beheer; ik heet dan wel ­Ruben, maar geen Nicolai.

Ruben Korfmaker, Sneek

Notulen (1)

Achterkamertjespolitiek heeft in ­Nederland een negatieve connotatie. De achterkamertjes zijn nodig om ‘vertrouwelijke’ gesprekken te kunnen vormen. Zonder deze gesprekken kan er geen regering worden geformeerd en kan het land ook niet worden bestuurd. Het belang van vertrouwelijke gesprekken geldt niet alleen binnen de politiek, maar ook binnen organisaties en het bedrijfsleven.

Er zijn ‘vertrouwelijke’ gesprekken nodig om onderlinge verschillen duidelijk te maken, de verschillen te kunnen duiden en die vervolgens vloeibaar te maken. Zo kan men tot een compromis of een besluit komen; ons zogenaamde polder­model. Vergelijk het met een vertrouwelijk gesprek tussen een psycholoog en een cliënt. Als zo’n ­gesprek uitlekt, zijn de gevolgen voor de cliënt desastreus. Die krijgt bijvoorbeeld geen baan meer als de werkgever ervan hoort.

Nu de ‘vertrouwelijke notulen uit de Ministerraad’ openbaar zijn ­geworden, kan dat in de Tweede Kamer leiden tot ‘wantrouwen’; de dood in de pot voor de democratie. Transparantie is goed, maar tot welke prijs kun je dit doorvoeren?

Gea Groenendijk, Amerongen

Notulen (2)

Om met Benny, een typetje van Paul van Vliet, te spreken: Notulen? Notulen? Ik denk dat de mensen liever een kopje koffie hebben.

Ada Velthoven, Rotterdam

Notulen (3)

Nadat in Den Haag de ene storm in een glas water de andere uitlokte en opvolgde, lijkt het me tijd dat onze volksvertegenwoordigers weer bij zinnen komen en zich niet met personen, maar met de inhoud gaan bezighouden. Ons milieu moet worden gered, er moet een pandemie worden overwonnen, een economie van de afgrond worden weggesleept. Hiervoor is een regering nodig. Dames en heren, ga doen waarvoor jullie gekozen zijn, stop details tot hoofdzaken te promoveren, elkaar af te katten en zoveel misselijkmakende gebakken lucht te produceren.

Jan Derksen, Nijmegen

Notulen (4)

Uit de notulen van de ministerraad begrijp ik eindelijk waar CDA voor staat. CDA: Coalitie Dwingt Af.

Maartje den Ridder, Breda

Fatsoenlijk bestuur

De beste manier om enig vertrouwen in het politieke bestuur te krijgen is door Renske Leijten en Pieter Omtzigt een cursus ‘fatsoenlijk bestuur’ te laten geven. De cursisten die slagen mogen zich kandidaat stellen voor nieuwe verkiezingen. Leijten en Omtzigt delen het premierschap om leiding te geven en toezicht te houden. De leden van het demissionaire kabinet krijgen ontslag en moeten indien nodig een ­uitkering aanvragen: onbehoorlijk bestuur geeft geen recht op twee jaar wachtgeld.

Fred van den Bergh, Hoek van Holland

Controle

Het werk van het Inlichtingenbureau werd vorige week haarfijn uitgezocht (Ten eerste, 23 april), maar uit de bijdragen zou de indruk kunnen ontstaan dat met dit bureau de jacht op de bijstandsgerechtigden begon. Niets is minder waar. Het is het sluitstuk van een hetze die in 1985 is begonnen met het rapport van de Interdepartementale Studiecommissie Misbruik en Oneigenlijk Gebruik (ISMO). Tweede Kamerleden kwamen met tal van moties en drongen aan met alle mogelijke middelen fraude aan te pakken.

Sinds 1993 kan ieder die bijstand aanvraagt, zich niet meer beroepen op privacy. Men doet immers een beroep op de maatschappij en kan niet in eigen onderhoud voorzien. De tot 2000 versnipperde controle is samengebracht in het Inlichtingenbureau, opdat de controle nog efficiënter kon worden uitgeoefend. Het wantrouwen tegen de burger regeert dus al meer dan veertig jaar in dit land, aangejaagd door de regering en gesteund door parlement.

Jan Holvast, Landsmeer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden