Ionica

Moet het kwartje terug-komen?

Ionica rekent af

Ach, 2001, dat was nog eens een mooie tijd. We betaalden met guldens, er was geen PVV en niemand had nog van de iPhone gehoord. We hadden dat fijne kwartje ('Heitje voor een karweitje') en de kloeke rijksdaalder ('Op de markt is uw gulden een daalder waard').

Een euro en een gulden. Beeld anp

Al sloeg die slagzin eigenlijk op een munt die al sinds 1847 niet meer gebruikt werd. Maar nu zitten we met de euro, zonder kwartje of rijksdaalder. We moeten het in Nederland doen met munten van 5, 10, 20 en 50 cent en 1 en 2 euro. Geen van die munten heeft zover ik weet een gezellige bijnaam.

Amerikanen hebben wel hun kwartje (quarter) en de fijne penny voor je gedachten. Elk land maakt daarin een eigen keuze. De Boliviaanse boliviano kent alleen veelvouden van tien cent (en heeft daarnaast de beste naam ooit). De Russische roebel had tot de jaren zestig een merkwaardige munt van 3 cent, ook wel: kopeke.

Toch zijn onze euromunten helemaal niet zo gek. Ze zorgen namelijk voor heel efficiënt wisselgeld. Allereerst is het als kassameisje makkelijk om een willekeurig bedrag met zo min mogelijk muntjes terug te geven. Stel dat je 85 cent moet terug geven. Dan neem je eerst het grootste muntje dat daarin past: 50 cent. Dan is er nog 35 cent over. Weer het grootste muntje in dat bedrag geeft 20 cent. Dan is er vijftien cent over. Nog eens de grootste levert 10 cent en dan blijft er 5 cent over. Er is geen manier om 85 cent terug te geven met minder dan vier munten. Onze munten zijn zo gekozen dat je door steeds de grootste munt te kiezen altijd zo efficiënt mogelijk wisselt. Dit klinkt heel vanzelfsprekend, maar als je munten van 5, 10, 20, 40 en 50 cent zou hebben, dan zou deze truc niet werken.

Bovendien is de euro zo ingedeeld dat de bedragen lekker combineren. Om een bedrag tussen de 5 cent en 4,95 euro te betalen heb je gemiddeld 3,4 munten nodig. Dat is een fikse verbetering ten opzichte van de gulden waarbij er per transactie zo'n 3,9 munten nodig waren. Maar het kan nog slechter: Amerikanen gebruiken gemiddeld 4,7 muntjes bij het wisselen, daarom betalen ze daar natuurlijk alles met een creditcard. Voor Canadezen is contant geld helemaal hopeloos bij de kassa, want zij hebben gemiddeld liefst 5,9 muntjes nodig bij het wisselen.

Je kunt je afvragen hoe het nog beter kan, welke extra euromunt zou ervoor zorgen dat wisselen met nog minder munten kan? Is het een kwartje? Noest rekenwerk laat zien dat een munt van 1,65 euro de grootste verbetering zou geven: dan hebben we gemiddeld nog maar 2,86 munten nodig bij het wisselen. Al wordt het rekenwerk wel wat ingewikkelder.

Kortom: we moeten dus niet ons kwartje of onze rijksdaalder terug willen, maar een nieuwe munt van 1,65 introduceren. Hollandio lijkt me wel een mooie bijnaam. Ik zie de nieuwe slagzin al voor me: 'Op de markt is je euro een hollandio waard.'

Ionica Smeets duikt in de wereld van geldzaken. Zonder voorkennis, maar met liefde voor cijfers en logica. Heeft u ook een vraag, mail dan naar: ionica@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.