Column Sylvia Witteman

Mocht u in Berlijn zijn, bezoek dan beslist de pinguïns

Mijn dochter studeert in het Engels iets wat ik maar niet kan onthouden, en daarvoor ging ze een tijdje in Berlijn wonen, wat ik nog steeds niet helemaal begrijp. Maar het is een bonafide studie, want ze moet er dikke grotemensenboeken voor lezen zonder plaatjes, met titels als Some Preliminary Remarks on Dichotomy as a Juxtaposition Compared to the Epiphany of Pseudo-Contradiction in the Sociology Considering  Pre-Victorian Gestalt Concepts Regarding Reinterpretation of the Phenomenon of Serendipity.

Nou ja, ze is 20, dus ze moet het zelf weten. Bovendien had ik nu een goede reden om naar Berlijn af te reizen. Ik propte mijn koffer vol kaas en pepernoten, om die enkele uren later weer te openen in haar romantisch-grottige studentenkamer, vlak bij waar ooit die Muur stond.

‘Wie te laat komt, wordt door het leven bestraft’, zei Gorbatsjov indertijd al tegen Honecker, dus haastten wij ons naar de Berlijnse dierentuin, waar een genadige, gouden nazomerzon scheen op de usual suspects: een bamboe schransende pandabeer (een ‘Schlauer Faulpelz’, volgens het bijschrift), een kinderrijke zwijnenfamilie die we nadrukkelijk geen eten mochten geven (‘Auch das Füttern mit Eicheln ist verboten!’), een achterdochtige loopvogel en een bassin vol pinguïns. Ach!

Pinguïns zijn erg lief. Op het land lijken het tobberige schuifelaars met moeilijke voeten, maar in het water flitsen en slalommen ze voorbij, met opgetogen gezichtjes, verheugd om hun eigen spekkige wendbaarheid. Onwillekeurig maakte ik lokkende geluiden en verdomd, daar kwam er een aangebuiteld. Hij hield stil en keek verwachtingsvol dobberend naar me op. Ik stak mijn hand uit. Vette, natte veren. ‘Je kunt ze aaien!’ hijgde ik tegen mijn dochter, en al spoedig had ook zij er een te pakken. Hij sloot genoeglijk zijn oogjes. En die zon maar schijnen.

Het was heerlijk, maar, zoals Nietzsche al zei: ‘Alle Lust will Ewigkeit’. Met andere woorden: wij wilden een pinguïn mee naar huis nemen. Als het meezat, paste hij nét in mijn tas. Daar kon hij zolang een dutje doen of eventueel een pepermuntje knabbelen. Bij de uitgang moest hij zijn kopje dichthouden, voor de bewakers, maar daarna was het een kwestie van even langs de visboer voor een emmer haring, en de Blokker, voor een plantenspuit om hem vochtig te houden. In de ijskast konden we een bedje voor hem maken, met een pakje boter als kussen. Ook zou hij een rood mutsje op krijgen, want dat hóórt.

Hoe het is afgelopen, kan ik u om redenen van discretie niet vertellen. Maar mocht u in Berlijn zijn, bezoek dan beslist de pinguïns.

Er zijn er nog een heleboel over. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden