Column

Misschien werkt collectief lijden beter dan strijden

Als ik mijn collega was, zou ik mij niet in m'n team willen. Ik weet niet aan welk geboortedefect het te wijten is, maar 't kan mij gewoon niet zo veel schelen of mijn team Expeditie Robinsonnetje wint. Dat mag ik natuurlijk niet laten doorschemeren. Al sinds mijn sollicitatie ben ik een teamplayer.

'Ik ren op de bak meelwormen af en neem een grote hap.' Beeld anp

Nu is het nog gezellig, maar straks zullen we moeten graven, tijgeren en weerzinwekkende dingen eten, legt een vrolijke Brabander uit. We zitten in een schuur met fakkels, waar de spelregels en veel onnodige spaties op een scherm verschijnen. Een rookmachine hult mijn collega's in een dreigende wolk. De regels zijn me volstrekt onduidelijk, maar het doel schijnt het verzamelen van dukaten en amuletten te zijn. Ik overweeg een blessure op te lopen in de eerste ronde.

Elke dag weer komen hier verse ploegen stramme kantoorklerken over de vloer, die door spelletjes moeten worden uitgelokt te gaan samenwerken. Zo moeten we balanceren en houdingen volhouden op houten blokjes. Ik verwacht dat ik hierin zal uitblinken, maar ik blijk binnen tien tellen uitgebalanceerd. Een collega die ik hoog had zitten, valt van zijn voetstuk als hij rivalen probeert af te leiden.

Omdat ik mijn team net zo heb teleurgesteld, wil ik hen niet afvallen in de eetronde, die je ook 'leren conformeren' zou kunnen noemen. Onze expeditieleider voert de groepsdruk verder op en beveelt ons om straks allemaal de vieze dingen te eten - hij kan zelf helaas niet meedoen, want de vieze dingen zijn niet vegetarisch. Ineens blijken er veel meer vegetariërs te zijn. Ik ren op de bak meelwormen af en neem een grote hap. Het team wint deze ronde, ten koste van haar leden.

Niemand weet of het resultaat van teambuilding opweegt tegen de tweespalt die daarbij wordt gezaaid. Ik vind alleen een paper uit 1995 van ene Ann Brooks, waar in staat dat 't geen moedertjelief helpt tegen de (Amerikaanse) cultuur van competitief individualisme. Ik vrees dat ze gelijk heeft, als ik 's avonds toekijk hoe mijn collega's ook van de dansvloer een strijdtoneel maken met de moeder aller afvalraces: de stoelendans. Het is een uur of drie 's nachts als ze eindelijk zijn moegestreden en vredig staan te lallen. Niemand weet nog een wedstrijd te verzinnen, maar ik gok dat ze ook nu opletten wie dát het langste volhoudt.

Wel merk ik dat de wormeneters zich onderling verbonden voelen. Misschien werkt collectief lijden beter dan strijden, maar ik zou daarvoor toch graag bewijzen zien. Ik ben natuurlijk een teamplayer, maar als ik doelloos moet lijden ben ik toch ineens vegetariër.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden