ColumnIbtihal Jadib

Misschien kunnen de Nederlandse beachvolleybalsters óók een signaaltje geven aan de oliesjeiks in Qatar?

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Op het moment dat ik dit schrijf is het beachvolleybaltoernooi in Doha nog niet begonnen, maar ik las al wel dat er gedoe was over de kledingvoorschriften. Het eerste wereldtoernooi van het seizoen vindt namelijk plaats in Qatar, waar mannen (en misschien ook vrouwen) een ingewikkelde relatie hebben met blote lijven. Dan moet je net beachvolleybal hebben; naast zwemmen is dat misschien de enige sport waar de voorbereiding van atleten mede bestaat uit een Brazilian wax. Daar ga ik tenminste van uit, aangezien ik nog nooit een beachvolleybalster heb betrapt op haartjes buiten de slip. Het feit dat je de aanwezigheid daarvan kunt controleren door middel van eenvoudige optische waarneming zegt iets over de paniek die in Qatar moeten hebben gewoed bij de organisatie. ‘Ja, wij willen graag leuk meekomen met de rest van de wereld, doe ons ook maar zo’n imago-opkrikkend toerisme-aanprijzend toernooi! Pardon, wat zegt u? Vinden ze het in de rest van de wereld normaal om vrouwen te laten spelen in halve strings waardoor het publiek recht in hun aars kan kijken?’

Ik vermoed dat de organisatoren in Qatar welgeteld anderhalve seconde nodig hebben gehad voor ze tot het besluit kwamen dat er helemaal niemand in z’n aars zou worden gekeken en alle atleten tot op de knie gekleed moesten gaan. Zo schrijven de islamitische voorschriften dat immers voor: het gebied tussen de navel en knieën moet bedekt blijven omdat billen, dijen en kruis het hoofd van nietsvermoedende voorbijgangers zomaar eens op wellustige gedachten zouden kunnen brengen, en dat moet je kennelijk niet willen. Voor vrouwen strekt het te bedekken gebied zich verder uit dan de navel: ook de borstpartij daarboven mag niet worden getoond omdat de melk fabricerende vetophopingen aldaar onweerstaanbaar schijnen te zijn. Het is mij vervolgens niet helemaal duidelijk hoe deze uitgangspunten hebben geleid tot de klederdracht in Qatar en omstreken, waarbij vrouwen van top tot teen bedekt gaan. Misschien is er ooit een club mannen geweest die het hele vrouwelijke lijf zó verrukkelijk vond dat die besloot: ‘Sorry dames, we kunnen geen van jullie ledematen aanschouwen zonder op hol te slaan, gooi er maar gewoon een tent overheen, dan zitten we safe.’

Afijn, de volleyballende mannen en vrouwen in Doha moeten allen een T-shirt dragen en een broek tot op de knie. Reden voor de Duitse speelsters Karla Borger en Julia Sude om het toernooi over te slaan omdat zij, zo begreep ik, het niet kunnen verkroppen dat zij hun werk niet mogen doen in hun eigen werkkleding. Ik vond het wel stoer, zoals ik iedere vrouw stoer vindt die zegt dat je een eind mag opdonderen als je haar iets verbiedt of voorschrijft. Al kan de term ‘werkkleding’ in dit verband natuurlijk niet heel serieus worden genomen.

De Nederlandse beachvolleybalsters namen het in elk geval minder hoog op. Die waren al lang blij dat ze in deze lamgeslagen coronawereld weer een toernooi hadden en zien Qatar als een goede opmaat naar de Olympische spelen. Wel zo pragmatisch. Ik hoop nu vooral dat de Nederlandse spelers hun tenue hebben laten bedrukken met oproepen aan die rijke oliesjeiks. Stop modern slavery!, zou er een kunnen zijn. Of: Don’t forget the people of Yemen. Deze is ook leuk: Where is Latifa al-Maktoum? Ruimte zat op zo’n T-shirt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden