Column Bert Wagendorp

Misschien hebben we echte, glasheldere rampen nodig voor we willen toegeven dat er iets serieus mis is

Op de radio hoorde ik zaterdagmorgen de zwartrugfluitvogel, ook wel bekend als de Australische ekster. De zwartrugfluitvogel is vermaard vanwege zijn meesterlijke imitaties. Hij kan een blaffende hond nadoen, en zijn deurbel en diverse ringtones zijn ook van hoog niveau. De ekster op de radio deed een imitatie van een brandweersirene en wel zo verbluffend knap, dat zijn act viral is gegaan. Er zijn in Australië veel zwartrugfluitvogels met een sirene-imitatie. Anderen hebben zich gespecialiseerd in ‘blusgeluiden’ of ‘knappend houtvuur’ – die zijn alleen nog niet vastgelegd.

Australië staat in de fik zoals het nog nooit in de fik heeft gestaan. Inmiddels zijn natuurgebieden ter grootte van twee keer Nederland in vlammen opgegaan. Google Maps heeft een kaart waarop je kunt zien waar de branden zijn en wat hun status is; het zijn er heel erg veel en meestal staat er ‘out of control’ bij. Om de omvang en impact van het vuur aan te geven, verschijnen al wekenlang berichten over de hoeveelheid omgekomen dieren. Eerst ging dat in honderdduizenden, maar afgelopen vrijdag zei een ecoloog dat inmiddels één miljard dieren waren omgekomen – insecten niet meegerekend.

Er komen op foto’s van de ramp veel dode kangoeroes langs. Maar hét symbool van het Australische inferno is de koala. Daarvan zijn er naar schatting al 8000 gesneuveld. Koala’s klimmen bij brand hoger hun boom in – een noodlottige strategie. Vermoedelijk hebben niet de beelden van brandende bomen of huizen het oog van de wereld op Australië gericht, maar het lot van de dieren. Die zijn, zei filosoof en dierenactivist Eva Meijer zaterdag in Nieuwsweekend, onschuldig slachtoffer van menselijk handelen.

Klimaatverandering is de meest gehoorde verklaring voor de ongekende heftigheid van het traditionele bosbrandseizoen: die zorgt voor de langdurige droogte en lage vochtigheidsgraad die van het land een immense open haard hebben gemaakt en van Sydney een smogstad. De ontkenners, onder wie premier Scott Morrison, verliezen met elke afgebrande hectare aan geloofwaardigheid. Zelfs Morrison pleit nu voor maatregelen om de uitstoot van CO2 te beperken, ook al gaat dat in tegen de belangen van de grootste kolenexporteur ter wereld.

Er waren al langer tekenen dat Australië aan het front van de klimaatverandering lag, zoals zomertemperaturen die de vijftig graden benaderden, maar nu groeit Down Under de overtuiging dat de temperatuurstijging het land niet alleen in de as legt, maar langzaam maar zeker onleefbaar maakt.

Misschien hebben we echte, glasheldere rampen nodig voor we willen toegeven dat er iets serieus mis is. Voor we harde maatregelen gaan nemen en ophouden met hopen dat het allemaal wel zal meevallen.

Misschien is water ons vuur.

De krant Sydney Morning Herald riep de regering zaterdag op tot een ander klimaatbeleid te komen. Minister van Energie en Milieu van de deelstaat New South Wales, Matt Kean, haalde daarin Nederland aan als lichtend voorbeeld. Volgens Kean zijn we hier als bezetenen bezig een overcapaciteit aan windmolens te bouwen, waarmee we groene waterstof gaan produceren die we dan weer exporteren naar de rest van Europa. ‘En zo maken ze een financiële klapper’, aldus Kean.

Mogelijk doelde hij op de plannen voor een ‘waterstof-eiland’ in de Noordzee. Zover is het nog niet, maar in Australië zijn we weer gidsland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden