CORONADAGBOEKNadia Ezzeroili

Misschien ben ik besmet met een positieve instelling, maar ik ga uit van een rustig weekend

Mijn bonuskind is een van de weinige kinderen die pranks sportief ondergaat. Een prank kan haar ook niet wreed genoeg zijn. Vorig jaar scoorde ik nog  puntjes toen ik een 1-aprilgrap van internet plukte: papiertjes van de chocolade-eitjes pellen en vullen met druiven. Ze at de druiven met een pokerface op en deed kil ons geretardeerde lachje na. That’s my girl.

Dit jaar moeten we haar teleurstellen. ‘Gaan jullie me nog pranken?’, vraagt ze tegen etenstijd. Ik heb er niet aan gedacht, zeg ik. Ze wil samen iets verzinnen om haar vader voor de gek te houden, maar ik kan niks bedenken met mijn bolognese-brein. ‘Misschien kunnen we je vader vertellen dat de coronacrisis een 1 april is’, probeer ik. Ze loopt weer weg.

Was deze crisis maar een kutgrap, zeg ik later aan tafel. Maar mijn partner heeft geen talent voor somberen, en probeert voor het eerst voorzichtig uit te kijken naar post-corona tijden. ‘Hoe zou dat zijn, zeg’, begint hij, ‘als straks alle maatregelen helemaal zijn opgeheven. Dan gaan mensen feesten alsof het Koningsdag is.’

Zeg maar gerust: alsof het Bevrijdingsdag 1945 is. De maatregelen worden in de zomer vast versoepeld, maar ik kan me niet voorstellen dat burgers elkaar weer de handen mogen schudden, laat staan omhelzen. Pas wanneer dat moment is aangebroken, zie ik iedereen massaal met Nederlandse vlaggen de straat op gaan om in elkaars armen te vallen. En ik zal voorop lopen als het  zorgpersoneel wordt gehuldigd.

Voor nu probeer ik me vooral voor te stellen hoe het komend weekend zal zijn, wanneer de eerste zonnige en warme lentedag aanbreekt. ‘Ik zou wéér een stuk over ongehoorzame burgers die allemaal naar het park trekken bloedirritant vinden’, app ik mijn beste vriend. Gaan we straks, met ranja en gehamsterde biertjes in de hand, weer collectief zeiken op mensen die te dicht op elkaar staan bij een boom in Stadskanaal.

Misschien heeft mijn partner mij inmiddels ook besmet met zijn positieve instelling, maar ga er vanuit dat Nederlanders dit weekend genoeg creatieve manieren vinden om in tuin, op dakterras of balkon de lente te vieren met buren met een hegje, railing of hek die de vereiste afstand zal waarborgen. Een dj bijvoorbeeld, die naar een scène uit de film La Haine de draaitafel en boxen naar het raam sleept en wat muziek de buurt in blaast. Of mensen die de Marseille-cultuur adopteren: schreeuwconversaties voeren vanaf het balkon. Nooit meer slapen.

Tijdens een van onze jaarlijkse quarantainevakanties in Marokko beleefden mijn nicht en ik via het dak zelfs een heuse zomerromance met de buurjongens uit Frankrijk. We waren tieners en mochten als vervloekte meisjes alleen overdag naar buiten om even naar de buurtwinkel te lopen. Dus brachten we de halve zomer door op het dak, waar we met laserpennen met de buurjongens leerden communiceren. Want behalve het omgangsverbod met mensen van het andere geslacht, was er nog een drempel: we verstonden geen hol van hun zwoele Franse en Arabische woordjes.

Ik wil maar zeggen: als er dan iets is wat we in deze tijden van Noord-Afrikaanse samenlevingen kunnen leren, dan is het wel de bekwaamheid om het sociale leven, ondanks de vrijheidsbeperkingen, vanaf balkons en daken te managen.

Maar laat ik maar eerst de zooi op ons dakterras organiseren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden