Misplaatste daadkracht

In een klimaat waarin politici en bestuurders zich populair kunnen maken met een harde aanpak van de criminaliteit, kan veiligheid al snel zwaarder gaan wegen dan burgerrechten. Dat geldt in het bijzonder voor ex-zedendelinquenten die na hun vrijlating steeds meer problemen ondervinden met het opbouwen van een nieuw bestaan.

Een 61-jarige pedoseksueel uit Eindhoven vocht vrijdag voor de rechtbank in Den Bosch de voorwaarden aan die burgemeester Van Gijzel aan zijn terugkeer uit gevangenschap wil verbinden en die neerkomen op een verbanning uit zijn voormalige woonplaats.

Zijn afspraak met de reclassering zich vrijwillig onder behandeling te stellen en niet meer in de wijk te komen waar zijn slachtoffers wonen, was voor de burgemeester onvoldoende. Van Gijzel eiste dat de man zich onder verscherpt toezicht zou laten plaatsen, en wilde hem ook een verbod opleggen nog in de buurt van kinderrijke locaties waar dan ook in Eindhoven te komen.

Van Gijzel toont hier misschien wel daadkracht, maar draagt met deze vergaande maatregel op geen enkele wijze bij aan een oplossing van wat wel degelijk een serieus probleem is: wat te doen met zedendelinquenten die hun straf hebben uitgezeten? De kans dat zij in herhaling vervallen is reëel, zij het geen regel. Vrijwel alle betrokkenen zijn het er over eens dat moet worden voorkomen dat dader en slachtoffer(s) elkaar opnieuw kunnen tegenkomen.

Sinds begin dit jaar worden burgemeesters door het Openbaar Ministerie geïnformeerd als een pedofiel of andere zedendelinquent uit hun gemeente op vrije voeten komt. Een burgemeester kan zo proberen te voorkomen dat buurtbewoners het recht in eigen hand nemen. Iemand dwingen te verhuizen, kan hij echter niet. Van Gijzel meent een uitweg te hebben gevonden in de Gemeentewet die hem de bevoegdheid zou geven bij een dreigende verstoring van de openbare orde passende maatregelen te nemen. Daarbij gaat het echter om beperkte maatregelen bij acute problemen. Hier gaat het om de vraag of de wet de burgemeester de bevoegdheid geeft iemand in zijn grondrechten te beperken.

Het gaat niet aan een veroordeelde die zijn straf heeft uitgezeten, buiten de rechter om extra sancties op te leggen. Door de man in kwestie te dwingen ergens anders te gaan wonen, schuift Van Gijzel het probleem bovendien slechts door naar andere gemeenten. Het risico dat de pedoseksueel in herhaling vervalt, wordt zo zelfs vergroot. In andere gemeenten kent men hem immers niet.

De kwestie is hoe een balans kan worden gevonden tussen burgerrechten, de belangen van slachtoffers en de openbare orde. Een complicerende factor in de Eindhovense zaak is dat de veroordeelde zijn straf er al op had zitten, terwijl nog wordt gewacht op een uitspraak van de Hoge Raad. Omdat het vonnis niet onherroepelijk is, kon aan de vrijlating van de man niet de voorwaarde van verplicht toezicht worden verbonden. Deze leemte in de wet moet met spoed worden gedicht. Gedetineerden die na hun vrijlating een potentieel gevaar vormen, zouden pas vrij mogen komen als het vonnis tot in hoogste instantie is bekrachtigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.