ColumnMEREL VAN VROONHOVEN

‘Mis je het niet, je baan als bestuursvoorzitter?’, vraagt de oud-collega zonder op te kijken van zijn mobiel

Beeld .

‘Mis je het niet, je baan als bestuursvoorzitter?’, vraagt de oud-collega zonder op te kijken van zijn mobiel. ‘Zo anders dan een juf met 25 kindertjes in een klas. Is dat niet een wat kleine wereld, voor iemand zoals jij?’ Ik hoor de spot in zijn stem.

Waarom kom ik deze man met zijn Lexus aan de laadpaal uitgerekend nu tegen, op mijn dagelijkse corona-ommetje? Ik voel de neiging om te vragen wat hij eigenlijk bedoelt met ‘iemand zoals jij’ en hem uitvoerig van repliek te dienen. Maar ik beheers me en vertel hem over Ayub, de leerling die ik momenteel drie keer per week per video met zijn huiswerk begeleid.

Het is één uur, ons vaste tijdstip. Direct nadat ik op het videocameraatje druk, verschijnt Ayub in beeld. Achter hem het voor mij inmiddels zo vertrouwde, ietwat verwassen, loshangende gordijn. Een rij afgebroken haakjes duidelijk zichtbaar. Opgewekt kijkt Ayub de camera in. Minder verlegen dan voorheen, lijkt het wel. ‘Hi’, zegt-ie, ‘wat leuk om je weer te zien!’ Gek hoe je iemand na twee weken al kan missen.

Ayub vertelt over zijn meivakantie, over hoe het eerst fijn was, maar daarna de verveling toesloeg. ‘Zelfs het gamen werd saai’, zegt hij, alsof hij het zelf ook bijna niet kan geloven. Buiten is hij niet geweest. Zijn vader wil dat niet. Wat een opgave moet dat voor hem zijn. Zeker als het warm is. Met zeven broertjes en zusjes en een moeder in een piepklein flatje.

Gelukkig is zijn vader weer aan het werk, vertelt hij. Zijn Somalische eethuis levert weer maaltijden. ‘Alleen voor ophalen hoor.’

‘Ik wil je heel graag nog iets laten zien. Hier, kijk.’ Op het scherm tovert Ayub een document tevoorschijn dat zijn schoolrapport blijkt te zijn. ‘Allemaal voldoendes!’, roept hij vol trots. Een voor een noemt hij voor alle vakken zijn cijfer op: ‘Alleen voor mens en maatschappij een mager zesje, daaraan moet ik nog harder werken.’

Ik kan bijna niet geloven dat dit dezelfde Ayub is die twee maanden geleden stilletjes voor de camera verscheen en mijn vragen uitsluitend beantwoordde met ‘dat weet ik niet’ of ‘ja’ en ‘nee’. De Ayub die – tot groot verdriet van zijn vader – rapporten vol onvoldoendes had en vaak meer dan de helft van zijn huiswerk niet af had. ‘Wat geweldig’ roep ik, terwijl ik mijn duim opsteek. Hij knikt en zegt daarna zachtjes: ‘Maar het is nog wel een verrassing hoor, voor mijn vader. Ik hoop dat hij trots op me is.’

Indringend kijk ik de collega van vroeger aan: ‘Kijk, daarom wil ik leraar worden. De ontwapende lach van Ayub. En van al die andere kinderen, die ik de komende jaren in mijn klas zal ontmoeten. Een trotse blik bij een goed rapport, de zichtbare vreugde bij de ontdekking van een nieuw inzicht. Of de eigenwijze, eerlijke feedback die een kind je zomaar geven kan. Het zijn al die kleine, unieke momenten samen. Ja, het lijkt misschien klein, maar wat kan er groter zijn dan dat?’

De oud-collega staart me niet begrijpend aan. Dan herstelt hij zich, mompelt ‘nou, hartstikke mooi’ en maakt zich uit de voeten. Ik kijk hem glimlachend na. Hij heeft vast niet door dat zijn terloopse vraag ‘olie op het vuur’ van mijn motivatie is. Ik kan niet wachten tot volgende week mijn stage weer begint.

Dit is de achttiende aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden