Column Toine Heijmans

Minister met eikenhouten mening over ‘anderen’ reikt mensenrechtenprijs uit

In de week dat zijn politieke einde dreigt, reikt minister Stef Blok de ‘Mensenrechtentulp’ uit, een bronzen beeld. Dat gaat goed. Nederland is van oudsher bedreven in het wijzen van anderen op het belang van de mensenrechten, en Stef Blok doet wat hij moet doen: rechtop in de wind die prijs uitreiken, als totempaal van onze hoogstaande Nederlandse cultuur.

Iedereen weet inmiddels dat de minister zijn gedachten heeft over de manier waarop mensen in de wereld samenleven. Dat doen ze het beste binnen de eigen kring. Hem is geen vreedzaam multicultureel land bekend, vertelde hij tijdens een inmiddels beroemde bijeenkomst met ambtenaren die overal ter wereld werken, vaak ook aan de mensenrechten. Dat je op zondag brood kunt kopen bij een Turkse bakker in Den Haag is ‘hartstikke leuk’ maar verder ‘heb je er enorm last van’.

Van de Turken. Van die ‘ons onbekende mensen’.

Toch reikt Stef Blok de prijs uit, hij is minister van mensenrechten. Een verre nazaat van Max van der Stoel, als die naam iemand nog iets zegt.

Het gebeurt in de Ridderzaal, het statige ijkpunt van de Nederlandse democratie. Stef Blok heeft er een stevige speech over mensenrechten in de knel. ‘Freedom is fragile’, zegt hij, ‘universele rechten zijn geen luxe’. De woorden stijgen netjes op, en verdwijnen in de dakbalken.

Ze schrijven dat Stef Blok gaat struikelen. De meeste ministers struikelen over iets kleins, iets dat ze niet wisten, of over de politieke verhoudingen. Als Stef Blok struikelt, struikelt hij over zijn eigen eikenhouten mening.

Er zijn niet veel ministers meer die zeggen wat ze denken. Niemand weet bijvoorbeeld wat minister Kajsa Ollongren van het referendum vindt. Maar Stef Blok is een minister met een mening: hij gelooft werkelijk dat mensen uit verschillende culturen elkaar beter mijden. Dat is hem niet ingefluisterd door de politieke fluisteraars die graag de kiezers bedienen met xenofobe taal. Hij zei het niet voor de camera’s, maar in de schaduw van het informele.

Het zit zo diep dat Stef Blok zijn ambtenaren opdracht gaf uit te zoeken of er een land ter wereld is waar mensen vredig samenleven.

‘Ik heb de vraag uitgezet op mijn ministerie maar die doe ik hier ook: noem mij een voorbeeld van een multi-etnische of multiculturele samenleving (…) waar de oorspronkelijke bevolking nog loopt en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.’

Geen vraag, geen antwoord

Wij van de krant vroegen het ministerie hoe Stef Blok die vraag heeft uitgezet, en wat het antwoord van zijn ambtenaren was. Gisteren kwam de reactie op dat WOB-verzoek. ‘De vraag waar u naar verwijst is niet formeel binnen het ministerie uitgezet’, hij is ‘een enkele keer in het kader van interne discussies opgeworpen. Dit heeft niet geresulteerd in een specifiek antwoord.’

Er zijn geen documenten van. ‘Bestaan de desbetreffende documenten niet, dan kunnen deze ook niet openbaar worden gemaakt.’

Was getekend: de minister van Buitenlandse Zaken, althans, ‘de directeur van de directie communicatie’.

De minister met een mening moet weer fluisteren. Terwijl ik zo graag weet wat hem bezielt.

Wat we nodig hebben, zegt Stef Blok in de Ridderzaal, is een ‘voice of reason’. De vraag is inderdaad waar die gebleven is, in dit almaar krimpende land.

In de toespraak tot zijn ambtenaren begon Blok ook over Amerika. Hij zei: ‘Wat er in Amerika gebeurt is niet heel anders dan wat er in Nederland gebeurt.’ Nu bracht ik de zomer deels door in Texas, waar het woord segregatie heet op straat ligt, met een president die ook een mening heeft over ‘andere mensen’.

Trap in je rug

Ik las er The underground railroad van Colson Whitehead, over slavernij, een beuk in je maag, en keek naar de documentaireserie Flint Town, over de politie in een gesegregeerde stad - een trap in je rug. Twee verhalen die met elastiek aan elkaar verbonden zijn, in een land waar mensen nog steeds proberen samen te leven. Ondanks alles.

Wie de gedachte opgeeft dat mensen samen kunnen leven, geeft alles op.

Na afloop van de ceremonie vraag ik Stef Blok hoe zijn strijdvaardige speech voor mensenrechten te rijmen is met zijn mening over andere culturen. En – denk ik achteraf – met de kalme vriendelijkheid die hem omgeeft.

Hij buigt zich naar me toe en zegt dat hij daarover helaas niets kan zeggen  behalve dit: ‘Het is niet de eerste keer dat u mij in het openbaar over mensenrechten hoort’.

Stef Blok is een minister met een mening die verder niet wordt toegelicht. Wij stammen allebei duidelijk uit een andere cultuur.

Ik weet niet of ik met Stef Blok kan samenleven. Maar ik zou het wel proberen als het nodig was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.