VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg

Minireconstructie: zo verliep de laatste avond van Zihni Özdil als Kamerlid

In mijn laatste rubriek van dit jaar moet één Haags verhaal nog verteld worden. Een verhaal waarin ik zelf onbedoeld een hoofdrol kreeg.

Het begon op dinsdagmiddag 28 mei zo rond een uur of vijf met een telefoontje van Zihni Özdil, Kamerlid van GroenLinks. Wanhopig, dat kon je horen. Hij had zojuist een gesprek met Jesse Klaver en Kathalijne Buitenweg gehad, waarin hem verteld was dat ze wisten dat hij heimelijk een gesprek met Klaver had willen opnemen, en dat ze hem uit de fractie wilden zetten. De fractie zou er later die avond over vergaderen, zonder hem. Ariejan, jij bent mijn vriend, zei Özdil. Wat moet ik doen? Mijn zetel opgeven?

Daar moest ik over nadenken. Om te beginnen over de vraag of we inderdaad vrienden waren. We hadden elkaar sinds hij Kamerlid was geworden een paar keer tamelijk openhartig gesproken. Hij had me weleens omhelsd, maar dat deed-ie ook bij Sid Lukkassen of Theo Hiddema. Maar bevriend, dat was toch wat anders.

Zihni Özdil: ‘Wat moet ik doen?’Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Wel zag ik nieuws. Een Kamerlid van GL, en niet het minst opvallende, dreigde uit de partij te worden gezet. Mijn eerste reflex was: zal ik op de Volkskrantsite melden dat GroenLinks van jou af wil? Daar schrok Özdil van. Hij wilde nadenken. Moet ik mijn zetel opgeven, vroeg hij opnieuw. Mijn antwoord: dan heb je geen enkel machtsmiddel meer.

Later belde hij weer: de fractie ging bijeenkomen. In het Kamergebouw zag ik inderdaad groepjes GroenLinksers rondlopen, ze gingen later ook gezamenlijk eten. Vervolgens zag ik Özdil passeren, op weg naar de kamer van Klaver.

Om half negen opnieuw Özdil aan de lijn. De voltallige fractie was het er over eens dat hij weg moest. Wat nu? Hij zat inmiddels in café Havana aan het Buitenhof, waar zelden Kamerleden komen. Daar vond ik hem, in verwarring. Ik heb nooit dat ik niet weet wat ik moet doen, zei hij: nu wel.

Geen Kamerlid te bekennen.

Mensen aan het tafeltje naast ons zeiden vriendelijk gedag. We kenden hen geen van beiden, maar gingen toch ergens anders zitten; dit mocht niemand horen. Terwijl hij sprak, hield ik m’n deadline in de gaten. Uiterlijk half 10 moest Özdil eruit zijn.

Ik schilderde hem de mogelijkheden voor. De eerste keuze: in de Kamer blijven of vertrekken? In geval van optie twee: met een gezamenlijke verklaring komen of zelf bekend maken? Wilde hij het initiatief in eigen hand houden?

Özdil vroeg intussen ook telefonisch een vriend in Amsterdam om raad, tegen wie hij die laatste variant intussen al de Korteweg noemde. Tot mijn verrassing koos hij daarvoor. Nadat we hadden afgesproken dat de Volkskrant het nieuws om 10 uur op de site zou brengen, liet ik hem achter.

Snel na publicatie belde een woordvoerder van GroenLinks, die het zeer onterecht vond dat ik schreef dat Özdil weg moest vanwege onenigheid over de partijkoers. In de – nogal overhaaste - verklaring die Klaver zelf naar de leden stuurde, ging het over wat anders: gebrek aan vertrouwen, gevoel van onveiligheid en andere karakterologische kwesties.

The rest is history, zoals dat heet. de Volkskrant zou weinig baat hebben bij mijn vingeroefening als politiek adviseur. Özdil plaatste het nieuws dat hij de fractie verliet op zijn Facebook-pagina voordat de krant het op de site kon brengen. Een paar dagen later werd bekend dat hij columnist werd, bij NRC Handelsblad.

Voor Özdil pakte de keuze goed uit. GroenLinks werd in de beeldvorming de partij die een vrijdenker de mond snoerde met anonieme vuilspuiterij over drankgebruik. En Özdil was een beschaafde vrije geest, die ondanks alle schimpscheuten zijn partij dankbaar bleef voor de kansen die hij had gekregen.

De brief die het nog erger maakte.

Terwijl ik dit schrijf, moet ik denken aan de Amerikaanse journalist H.L. Mencken, die ooit bondige instructies gaf aan parlementair verslaggevers: ‘De juiste verhouding van een journalist tot een politicus is als die van een hond tot een lantaarnpaal.’

Mencken is van de eerste helft van de vorige eeuw. Wie nu in Den Haag volgens die richtlijnen zou werken, kan elke dag vroeg naar huis. Het Binnenhof is waarschijnlijk de enige plek waar je als journalist voortdurend omringd wordt door je onderwerp. Je komt ze tegen, de dames en heren politici. Ze zeggen wat tegen je, of niks. Ze begrijpen je of snappen niks van je, omgekeerd hetzelfde. Bij sommigen ben je op je gemak, van anderen krijg je kriebels. Soms is dat handig, een andere keer hoogst ongemakkelijk. Het is, kortom, net het echte leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden