columnchris oostdam

Minder dan de helft van je inkomen: dat is niet op te vangen door het opzeggen van je tijdschrift-abonnement

Eerder schreef ik over hoe lastig het was duidelijkheid te verkrijgen over wat mij op financieel gebied te wachten staat nu ik ongeneeslijk ziek ben. Dat heeft mij heel veel stress opgeleverd. In deze column vertel ik hoe het ongeveer zit.

Als je langdurig ziek bent, krijg je op enig moment te maken met het UWV. Voor mij als ambtenaar is dat na twee jaar. Tot die tijd betaalt mijn werkgever mijn ziektegeld, het eerste jaar 100%, het tweede jaar 70% van mijn laatst genoten inkomen. Na 104 weken krijg je een uitkering toegekend, gerelateerd aan de mate van arbeidsongeschiktheid, variërend van 35 tot 100%. Dat is de WIA, Wet Inkomensvoorziening Arbeidsgehandicapten.

Die WIA is er in twee soorten, de WGA, en de IVA. In de arbeidsongeschiktheidscategorie 80-100% is de WGA-uitkering 70% van je laatst genoten loon. Maar wat veel mensen niet weten, is dat daar een maximum aan zit, het WIA-maandloon. En dáár krijg je 70% van. Dat betekent dat ik niet naar 70% ga van het inkomen dat ik gewend ben, op zich al best een dingetje, maar naar minder dan de helft. Dat is niet op te vangen door het opzeggen van je tijdschriftabonnement en door boodschappen te doen bij een Duitse prijsstunter. Maar wat me echt de gordijnen in joeg, is het volgende. Een WGA-uitkering krijg je maar een beperkt aantal maanden. Via een nogal ingewikkelde berekening komt dat in mijn geval uit op twee jaar en vijf maanden. Daarna krijg je een vervolguitkering ter hoogte van ‘het sociaal minimum voor een alleenstaande’. Bijstandsniveau dus, nog geen 1000 euro bruto per maand. Na 43 jaar werken! Het is niet helemaal hetzelfde, het inkomen van je partner telt niet mee en je hoeft je huis niet op te eten, maar toch.

Ik was altijd voorstander van versobering van uitkeringen om misbruik tegen te gaan. Nu word ik met het resultaat daarvan geconfronteerd. En wat het extra zuur maakt, het misbruik lijkt er niet minder om geworden. Was het vroeger een makkie om in de WAO te komen, nu schijnt het een fluitje van een cent te zijn om een WW-uitkering te versieren.

De IVA-uitkering, bedoeld voor mensen van wie de verwachting is dat ze nooit meer volledig in het arbeidsproces kunnen meedraaien, is iets gunstiger: 75% van het WIA-maandloon tot aan je AOW-datum. Of je dood. Eerste opluchting, na maanden onzekerheid: ik kom waarschijnlijk in aanmerking voor de IVA.

Tweede opluchting: als ambtenaar heb ik recht op een aanvullende uitkering van het ABP, mijn pensioenfonds. De medewerkster van de hoger-onderwijs-instelling-uit het-midden-van-het-land vertelde me dat als eerste, en het werd later bevestigd door de man van de vakbond en door iemand van P&O die voor mij van alles uitzocht waar haar collega het eerder zo liet afweten.

De uitkering van het UWV, plus die van de ABP, leveren samen een inkomen op van ongeveer 70% van wat ik gewend ben. Nou, dat moet te doen zijn. Ik kan weer slapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden