Militair ingrijpen in Venezuela kan, mag en moet

Om de Venezolaanse situatie niet te laten escaleren tot Syrische proporties, is snel ingrijpen geboden, betoogt journalist Bart Schut.

Venezolanen proberen in Ureña de goederen te redden van een vrachtwagen die in brand is gestoken, 23 februari 2019. Beeld EPA

Zelfs de trouwste regimeaanhangers zijn dit weekeinde de schellen van de ogen gevallen. De socialistisch-militaire dictatuur in ons buurland Venezuela (denk aan de ABC-eilanden) laat liever haar bevolking verhongeren dan dat hulpgoederen worden geaccepteerd. Aan de grens met Colombia staken regimesoldaten vrachtwagens met voedsel en medicijnen in brand, aan die met Brazilië schoten leden van de paramilitaire nationale garde indigenas (‘Indianen’ in het oude jargon) dood die probeerden de blokkades op te ruimen die het Maduro-bewind opwierp om te voorkomen dat hulp – en daarmee hoop – het land binnenkwam. In Santa Elena de Uairén zou dit het afgelopen weekeinde zelfs tot een bloedbad hebben geleid met tenminste vier gedode burgers, maar er wordt ook al gesproken van vijfentwintig fataal verwonde burgers.

De Venezolaanse hel

Het is tijd om in te grijpen, militair welteverstaan. De morele en juridische basis is hiervoor ruimschoots aanwezig nu het regime van Nicolás Maduro honger inzet als wapen tegen de opstandige bevolking. Dit is in tijden van oorlog volgens de Conventies van Genève een oorlogsmisdaad, in vredestijd is het niets minder dan een misdaad tegen de menselijkheid. Een land als Nederland, dat het bevorderen van de internationale rechtsorde hoog in het vaandel en zelfs in de Grondwet heeft staan, zou hieraan moeten meewerken. Een dictator die zijn volk liever laat creperen dan gezichtsverlies te accepteren, dient te verdwijnen – goedschiks of kwaadschiks.

Laten we niet vergeten dat de exodus vanuit Venezuela van bijna 3,5 miljoen burgers op dit moment de grootste vluchtelingencrisis op aarde is. Een deel van hen probeert per boot Aruba, Bonaire en Curaçao te bereiken, waar de lokale machthebbers met instemming van de regering in Den Haag de mensenrechten schenden door hen zonder proces terug te sturen naar de hel waar zij vandaan komen.

Even over die hel: Venezuela zou het rijkste land in Latijns-Amerika moeten zijn, het heeft immers de grootste geschatte oliereserves op aarde. Toch lijdt de bevolking honger en zijn door schrijnende medicijnentekorten diagnoses als kanker of hiv een doodvonnis. De sterfte onder zuigelingen is de afgelopen jaren geëxplodeerd, net als die onder hun moeders. De inflatie staat na twintig jaar economisch wanbeleid op meer dan een miljoen procent.

Burgeroorlog

Sinds de autocratische oud-coupepleger Hugo Chávez in 1999 op democratische wijze aan de macht kwam, is Venezuela van een gezonde democratie, via een autocratische schijndemocratie, een volledige dictatuur geworden. Oppositieleiders waren uitgesloten van de presidentsverkiezingen in 2016 en het gekozen parlement is door het volledig door Maduro benoemde hooggerechtshof vervangen door een ongekozen vergadering Maduro-getrouwen.

De dictator regeert nog slechts met behulp van het leger, de paramilitaire Nationale ‘Bolivariaanse’ garde en criminele bendes. Politieke gevangen worden gemarteld, verdwijnen of ‘springen’ uit gevangenisramen op hooggelegen verdiepingen. De colectivos, door het regime bewapende motorbendes, gedragen zich steeds meer als klassieke doodseskaders zoals wij die kennen uit Chili of El Salvador in de jaren tachtig. Tel daar 25 duizend moorden per jaar bij op , en het is te verdedigen dat Venezuela zich al jaren in een burgeroorlog bevindt.

Willen wij die niet laten escaleren tot Syrische proporties is snel ingrijpen geboden. Het mag vanwege Maduro’s misdaden, het moet om de grootste vluchtelingencrisis op aarde te bezweren, en het kan ook. Venezuela is geen Irak, geen Afghanistan, geen Vietnam.

Aan dezelfde kant als Poetin

Anders dan bijvoorbeeld president Assad in Syrië heeft Nicolás Maduro geen etnische of religieuze groep die zich zal doodvechten voor haar leider. Ideologisch heeft de dictator nauwelijks nog aanhang, de legerleiding heeft op zijn best een financiële loyaliteit. Maduro heeft door de legerleiding een aandeel in de oliehandel en drugssmokkel te geven de generaals economisch aan zich gebonden, maar aan de zo vergaarde en in het buitenland geparkeerde rijkdom hebben zij weinig als zij zouden besluiten zich te verzetten tegen het Amerikaanse leger, om de meest voor de hand liggende interventiemacht te noemen.

De tegenstanders van ingrijpen zijn vooral zij die zich wentelen in de nestgeur van revolutionaire retoriek en vijanden van president Donald Trump, die een militaire interventie lijkt te overwegen. Hiermee ontstaat de ironische situatie dat zij zich aan dezelfde kant als Vladimir Poetin – mondiaal de belangrijkste anti-interventionist – bevinden.

Bart Schut is journalist en was voor het eerst in Venezuela om de verkiezingen van 2006 te verslaan. Sindsdien is hij er verschillende malen teruggekeerd en getrouwd met een Venezolaanse.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.