Column Sylvia Witteman

Mijn zoon nam een zwerfhondje mee naar huis, inclusief de zwerver die erbij hoorde

In vervlogen tijden brachten kinderen weleens een zwerfhondje mee naar huis, dat ze na tegenwerpingen van hun straatarme ouders (‘Nóg een mond te voeden, jong...’ ‘Maar vader, hij is heusch heel trouw, ik zal mijn kom waterige soep wel met hem delen!’) tóch mochten houden, waarna het hondje - op kerstavond! - het dochtertje van de notaris uit een wak in het ijs redt en dan zelf dagenlang tussen leven en dood zweeft terwijl de toegesnelde veearts hoofdschuddend... etcetera.

De zwerfhond die mijn zoon meebracht, was van een ander kaliber, alleen al omdat er een mán bij hoorde. Een zwerver dus. Woest haar, dito baard, 23 onsamenhangende kledingstukken aan zijn lichaam plus een mondharmonica en een kapotte gitaar. Ik trof ze bij thuiskomst op het stoepje voor mijn huis, mijn zoon en de zwerver in geanimeerd gesprek, de hond braaf met de kop op de zwervers schoot. De hond zag er gezond en glanzend uit. Hij wel. ‘Hallo allemaal’, zei ik stijfjes en tilde mijn boodschappentassen over ze heen, het huis in.

Even later kwam mijn zoon binnen. ‘Even iets te eten voor hem pakken’, zei hij. ‘Ik kwam hem tegen op straat. Hij liep te schreeuwen. Een andere zwerver heeft zijn gitaar kapotgemaakt en toen is hij een beetje doorgedraaid. Hij vertelt wel mooie verhalen. Hij heeft heroïne gedeald en coke en...’

‘Laat ze maar niet binnen’, zei ik. ‘Dat is zielig voor de katten, met die hond.’ Zo, kwamen die katten eindelijk ook eens van pas.

Toen ik even later weer buitenkwam, zaten ze er nog steeds, zoon, zwerver en hond. De zwerver at een tijgerbolletje. En daar kwam ook huisgenoot P aangedrenteld. Het werd een drukte van belang op die stoep. Mijn zoon kwam te laat voor zijn tenniswedstrijd, bedacht ik, maar zoiets zeg je niet hardop in aanwezigheid van een verschoppeling der maatschappij. Met een kapotte gitaar nota bene, zijn enige bron van vreugd en inkomsten. Wat nu?

‘Ik heb wel een gitaar voor je’, sprak P. De herfstzon verleende zijn silhouet een kitscherig aureool en ook de zwerver begon uitbundig te glimmen. ‘Echt waar?’ ‘Ja, echt!’ De gitaar was gauw van zolder gehaald. Met nieuwe veerkracht vertrok de zwerver, de gitaar als een baby in zijn armen, de hond jolig dribbelend terzijde.

‘Die gitaar heb ik als kind nog van mijn vader gekregen’, zei P. Zijn blik was mistig.

Nu ontbreekt alleen nog een serenade onder ons raam. De dankbare zwerver met een stem als een nachtegaal. Volle maan. En die hond maar melodieus meejanken, met die gitaar.

Maar daar wachten ze nog even mee, tot Kerstmis. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden