ColumnSylvia Witteman

Mijn zoon kwam thuis met de gevreesde ‘lijst’, en of ik een paar boeken wilde helpen kiezen

De jeugd leest niet meer. Dat vindt iedereen heel erg, behalve de jeugd zelf. En ik. Ik ben een eeuwig hongerige lettervreter, maar ik ben ook nogal liberaal (niet dat ik 130 wil rijden of vuurwerk wil afsteken of zo, maar in de ouderwetse Verlichtingsbetekenis van het woord), dus als een ander geen behoefte heeft aan lezen: geen probleem, des te meer blijft er over voor mij.

Nu zit de jeugd, als het goed is, op school, en die scholen hebben op het gebied van lezen de strijd nog niet opgegeven. Mijn zoon, 5 gym, kwam thuis met de gevreesde ‘lijst’, en of ik een paar boeken wilde helpen kiezen. ‘Liefst niet te lang.’

Likkebaardend beloerde ik de lijst. In mijn tijd stond Vondel er nog op, maar die van mijn zoon begon pas in 1880, en dat was misschien maar beter ook. Kijk, daar had je die goeie ouwe naturalisten al. Zou ik hem meteen maar De boeken der kleine zielen in de maag splitsen? Maar nee, dat loopt tegen de 700 pagina’s. Een nagelaten bekentenis, dan? Te deprimerend. Op hoop van zegen? Nee, want voor je het weet, krijgt hij communistische neigingen.

Mijn vinger zakte naar beneden op de lijst. Daar hadden we Bordewijk al. ‘De hand viel geel neer, het monster zwaaide terug in de bank’; je moet ervan houden. Carry van Bruggen dan? Zelf lust ik daar wel pap van, maar zo’n jonge jongen krijg je er met die honderd jaar oude damesbeslommeringen niet vanachter zijn console mee vandaan gerukt.

Dèr Mouw mag ook, zag ik. ‘Dan voel ik éénzelfde adoratie branden, voor zon, Bach, Kant en haar vereelte handen’. Het blijft prachtig, en gedichten zijn natuurlijk meestal ‘niet te lang’ (hoewel Gorters Mei ook op de lijst staat). Maar dan zou ik mijn zoon eerst moeten uitleggen wat Brahman is, en wat het indertijd betekende om zonder meid te zitten, wat voor een kan dat is die gevuld moet worden, en dat ‘vuilwater’ wat weggegooid moet worden... wie Bach is weet hij nog net wel, maar voor Kant steek ik mijn hand (zonder eelt) niet in het vuur.

Daar hield mijn dwalende vinger toch weer stil bij Elsschot. Kaas had mijn zoon al eens zonder grote walging gelezen, al kan dat ook een uittreksel zijn geweest, hem gul ter beschikking gesteld door het braafste meisje van de klas; zo’n rond handschriftje, met overal onderstrepingen in drie kleuren lichtgevende stift, in ruil voor een blik in zijn blauwe ogen.

Lijmen/Het been dan maar. Niet te lang, niet te oud, men zou van ‘tijdloos’ kunnen spreken, een boek bovendien waarvan het bestaan mij nog elke dag met het leven verzoent. Ik sloeg het open. ‘Ik word op ’t ogenblik vanuit Gent verneukt door een kerel die Korthals heet en die ’t lijk van mijn schoonzuster in zijn bezit heeft.’ Meteen droomde ik weg. Ik dacht aan Karel van het Reve die zich nog eens enorm heeft opgewonden over verkeerde vertalingen van die zin; de Russische vertaler had ‘vanuit Gent’ vertaald als ‘in Gent’. ‘Terwijl dat ene woordje vanuit nu juist maakt dat deze zin zo vaak geciteerd wordt. Boorman wordt niet in Antwerpen, waar hij zich bevindt, verneukt, en ook niet in Gent, waar Korthals zit, maar hij wordt, in Antwerpen zijnde, vanuit Gent verneukt door Korthals.’ Aldus schuimbekte Karel. Groot gelijk natuurlijk. En bovendien...

‘Gééf dat boek dan...’ zei mijn zoon. Met tegenzin stond ik het hem af.

Als hij het niks vindt, zet ik hem mijn huis uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden