gastcolumnDanka Stuijver

Mijn werk als huisarts is te zwaar. Zowel fysiek als mentaal. Hoe lang moet ik dit spel nog spelen?

.Beeld .

‘Hoe is dat nou, werken op een vieze post?’, vraagt een vriendin mij, terwijl we op een afstandje naar onze kinderen kijken die verstoppertje spelen. Ik weet dat zij nu een kort en bondig antwoord verwacht, want met kleine kinderen weet je nooit hoelang je gesprek duurt. Maar ik heb moeite om de juiste woorden te vinden. Ik blijf steken op ‘ja best wel intensief..’. Door een kapot knietje wordt ons gesprek acuut beëindigd, maar haar vraag zet mij wel aan het denken. Hoe ervaar ik het werk eigenlijk?

Het werken op een vieze post is hollen of stilstaan. Het is zoeken naar een onbekende weg. Het is schipperen en schakelen. Maar voor mij voelt het vooral als een eindeloos durend potje verstoppertje, waarbij ik tegelijkertijd moeten zoeken náár en mij moet verstoppen vóór het coronavirus.

Als kind was ik volgens mijn vriendjes een slechte verstopper. Al ver voordat ik gevonden zou worden, kwam ik uit mijn schuilplaats. Het minutenlang gespannen wachten, met zwetende handjes en het hart bonkend in de keel, vond ik erger dan verliezen.

Verstoppertje met het coronavirus is verstoppertje voor gevorderden. Met spelregels die wij nog steeds niet goed kennen en die bovendien steeds lijken te veranderen. Achter mijn masker, in mijn beschermende pak, waan ik mij veilig en ongezien. Dan roep ik heel stoer: kom maar vies virus, je kan me toch niet vinden! Of ik zeg heel zelfverzekerd dat ik op mijn leeftijd met een gezond lijf het spelletje toch wel zal winnen. Hoewel ik weet dat de besmettings- en sterftecijfers er onder zorgverleners niet om liegen.

Vanavond zat ik in een klein slaapkamertje op een krukje naast een patiënt met een bewezen corona-infectie. Van het ene op het andere moment kreeg hij een vreselijke hoestbui. Terwijl ik de patiënt probeerde te ondersteunen, voelde ik de spanning en angst om ontdekt te worden door de coronavirusdeeltjes die de kleine ruimte in werden geslingerd. Ik voelde hoe mijn hart bonkte in mijn keel en ik moest de tegenstrijdige neiging onderdrukken om mijn masker en bril af te gooien en te schreeuwen: pak mij dan smerig virus! Maak mij maar ziek, of niet, maar die angst voor jou wil ik niet meer voelen. Het is te zwaar. Zowel fysiek als mentaal. Hoe lang moet ik dit spel nog spelen? Een paar maanden? Een jaar? Twee jaar?

Vanuit de auto bellen we de huisartsenpost. Er is nog een visite bij een patiënt met een verdenking van corona. Adem in, adem uit en weer door. Terug in dat benauwde verstoppak. Terug naar het hol van de leeuw op zoek naar het virus in al zijn gedaanten.

Het is de grilligheid en onvoorspelbaarheid van het virus die maakt dat je als huisarts op een vieze post continu op ‘high alert’ moet staan. Zo deed ik een visite bij een vrouw van middelbare leeftijd bij wie het coronavirus slechts milde griepklachten had veroorzaakt. Ik stelde haar gerust. Een opname leek niet nodig. Van een collega hoor ik dat de desbetreffende patiënt een paar dagen later toch is opgenomen in het ziekenhuis. Heb ik nou iets gemist? Had ik dit kunnen zien aankomen? 

Ik begin te twijfelen aan mijn eigen niet-pluisgevoel, hoewel ik rationeel weet dat op dit virus ‘een garantie tot aan de deur’ van toepassing is. Het virus pakt je, laat je even los om je vervolgens, als je pech hebt, in zijn verstikkende wurggreep te leggen. Ik stel mij voor hoe dat lelijke groene bolletje met al zijn tentakels dan triomfantelijk ‘Ik heb je, ik heb je!’ roept door de gangen van het ziekenhuis.

Als ik aan het einde van de dienst op mijn fiets stap en meerdere malen de frisse lucht inadem, doe ik een korte bodycheck. Ik voel mij nog altijd sterk en gezond. Zou het virus mij hebben gevonden vanavond? ‘Buut Vrij!’ roep ik terwijl ik door de donkere stad naar huis fiets. Maar helaas niet voor de hele pot.

Danka Stuijver is huisarts en in de maand mei gastcolumnist op zondagen op volkskrant.nl/opinie. Ze schreef eerder in de rubriek ‘Dagboek van een huisarts’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden