Column Toine Heijmans

Mijn vader was graag Fransman geweest

Volkskrantverslaggever Toine Heijmans schrijft wekelijks over zijn vader, die alzheimer heeft.

Vader Heijmans in Frankrijk, 1983. Foto Privéarchief Toine Heijmans

Frankrijk is mijn vader. Hij is daar niet. U waarschijnlijk wel, geniet ervan. Bladert mijn vader nog even door de verzamelde reisgidsen van dr. Alzheimer: Krimpende Wereld en Het Brein Als Bestemming.

Mijn vaders Frankrijk, en het mijne, heeft de geur van wilde tijm. Dronk wijn uit plastic containers die de Fransen cubi’s noemen, met een kraantje eraan zodat je eerst het onderste uit de kan krijgt. Nam ze mee naar huis in de ruimte onder het reservewiel, als smokkelwaar.

Dure wijn is nergens voor nodig, jongen. Dat drinken echte Fransen niet.

Een gebakken ei dopen in de koffie, dat doen ze voor ontbijt.

Chansons van George Brassens, donker als de koffie waar je gebakken ei in doopt.

Mijn vader was graag Fransman geweest. Ging verend als een Citroën door het leven. Was lid van de Alliance Française, een clubje romantici dat winterdepressies verdreef met zwijmelen bij George Brassens.

Hoogtepunt van het jaar was een week druiven plukken. Ze kregen voor hun diensten betaald in cubi’s.

Franse wijn, zegt mijn vader, moet je in Frankrijk drinken. Maar als je daar toevallig niet bent, kan het hier ook.

De betreffende wijn trouwens is nu terechtgekomen op een niet nader te noemen plek. Alles wat leuk is in het leven verdwijnt, zei mijn vader ooit. Daarna verdwijnt ook dat. Dingen zeggen.

Dit is wat we zongen als we door de Cevennen reden, over asfalt kleverig van de hitte:

Ik ga naar Frankrijk 

Ik kom nooit meer terug. (3x)

Amazing Stroopwafels. Die tekst nemen Nederlanders zoals mijn vader bloedserieus. Er zijn er genoeg die hem in praktijk brengen. Hans woonde daar, op een berg, in een huis met dikke muren en kleine ramen. Nederlanders noemden het authentiek. Fransen noemden het een ruïne. De wilde tijm, Le Bar du Sport. De jonge Franse vrouw die plotseling daar woonde: zijn Frankrijk en het mijne.

Hans ging naar Frankrijk en kwam nooit meer terug. In een vorig leven was hij Hugenoot geweest; met zijn verhuizing deed hij de geschiedenis recht.

Dat leek mijn vader ook wel wat. Op zijn favoriete te koop staande landje groeien orchideeën. Bij Molières-sur-Cèze rechts omhoog. Zoveel Nederlanders kopen huizen in Frankrijk, dat de voertaal er al jaren Nederlands is.

Mijn vader sprak Frans, in Frankrijk.

Maar het is dus mogelijk een taal te verliezen.

Het enige voordeel hiervan, is het eveneens verdwijnen van nooit uitgekomen dromen.

Achter de toog van Le Bar du Sport hing een bankbiljet van honderd gulden. Dat was van mijn vader. Mocht hij naar Frankrijk gaan en nooit meer terugkomen, dan had hij daar alvast die honderd gulden hangen.

Hij ging naar Frankrijk. Hij keerde altijd terug.

Er was een gelegenheid op de Franse ambassade in Den Haag, ik nam hem mee.

Wie bent u, vroeg mijn vader.

Ik ben de ambassadeur, zei de ambassadeur.

En wie bent u?

Ik ben, zei mijn vader, de vader van mijn zoon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.