Column Sylvia Witteman

Mijn vader leek het een goed plan op zijn verjaardag zijn jongste kind te laten dopen

Sylvia Witteman

Mijn vader werd 80. Om die – gezien zijn discutabele levenswandel – toch wel opmerkelijke verjaardag luister bij te zetten, had hij wat bedacht: zijn jongste kind moest worden gedoopt. Door een wonderlijke samenloop van omstandigheden beschikt mijn vader over een schattig zoontje van 1 jaar oud.

‘Serieus? Gedoopt?’, vroeg ik. ‘Jazeker’, antwoordde hij. ‘En we hoeven er niet eens voor naar de kerk: er komt een diaken uit Waspik.’ (De bijbehorende limerick mag u zelf bedenken. Dat is nog niet zo eenvoudig, want op ‘Waspik’ rijmt eigenlijk alleen ‘rasp ik’.)

Het werd een leuk feest. De talrijke kleinkinderen raceten rond in opa’s gloednieuwe rolstoel (een cadeau van zijn kinderschare), er was een fijn strijkje en omdat opa’s enige culinaire bijdrage uit een schaal eieren bestond, die hij een vol uur had laten koken, werden er ijlings kilo’s gehakt ingeslagen. Al spoedig stonden alle vrouwen in de keuken in dampende pannen te roeren.

Intussen arriveerde wel degelijk de diaken uit Waspik. Hij had zijn doopspullen bij zich in een grote tupperwaredoos, hij bliefde best een glaasje wijn en hij was door de wol geverfd genoeg om nergens meer van op te kijken.

De kleine dopeling dribbelde rond op zijn eerste schoentjes en liet zich door de dienaar Gods genoeglijk over het rossige kopje aaien. Ik moest krachtig denken aan Elsschots De verlossing: ‘Hij keek glimlachend op Willem neer, bukte zich, hief hem van de grond en zette hem op zijn arm. ‘Jij bent dus niet gedoopt, mannetje. Wil ík je dan eens dopen?’ En Anna zag dat zijn afgeknaagd gelaat het zonnig snoetje van de jongen raakte. ‘Ja, Sinterklaas’, antwoordde de rode mond.’

Het begon. Er viel een gewijde stilte over het uitgelaten gezelschap. Ik moet de eerwaarde nageven: hij deed het prachtig en schoot bovendien lekker op. Het kleine ventje liet zich inschikkelijk een kruisje geven, dopen en zalven, zonder ook maar één keer te huilen. Binnen een half uurtje zat ik met een doopkaars in mijn hand een weesgegroetje te prevelen (ik bleek nota bene peettante te zijn) en te beloven dat ik mijn petekind zou afhouden van zonde, onrecht, geweld of ‘bijgelovige en magische praktijken’. Nou ja, ik zal mijn best doen.

Het was klaar. Mijn vader sprak van ‘de mooiste dag van zijn leven’ en zelfs mijn kinderen leken ontroerd door de feestelijke Roomse heisa. Daar wilde het gehakt best op smaken.

Ik had spijt als haren op mijn hoofd dat ik mijn eigen kroost niet had laten dopen, achteraf. Maar ja, u kent de uitdrukking: achteraf kijk je de koe in de kont.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden