columnAaf Brandt Corstius

Mijn theorie is dat je met de jaren seizoensgevoeliger wordt. Ik heb daar onderzoek naar gedaan

Nu ik de zin ‘Toch ook wel fijn dat het weer regent!’ de afgelopen week grofweg duizend keer heb uitgeroepen, vind ik dat ik op een dieper niveau over die zin moet nadenken.

Zoals de meeste mensen in de loop van hun volwassen leven het bange vermoeden krijgen dat ze steeds meer op hun ouders gaan lijken, heb ik dat met mijn tante. Mijn moeder overleed te jong om te weten of ik op haar lijk, en mijn vader was iets te uniek om op te (willen) lijken. Maar mijn tante kende ik heel goed, en zij riep altijd, als de herfst zich aandiende: ‘Lekker! Het regent weer!’

Ik vond dat als kind een teken van vergaande gekte, maar inmiddels kan ik me er volledig in vinden, en zeg ik het zelf met een irritant hoge frequentie. Dit heeft natuurlijk met de opwarming van de aarde te maken, zoals alles met de opwarming van de aarde te maken heeft. (Opwarming is vervelend, in contrast daarmee is regen leuk.) Maar: het heeft ook te maken met ouder worden.

Mijn theorie is dat je met de jaren seizoensgevoeliger wordt. Ik heb daar onderzoek naar gedaan in kleine kring, en het klopt. Een van de bewijzen is dat kinderen ongevoelig zijn voor weertypen en temperaturen. Mijn kinderen hebben nog nooit een regenjas of regenlaars aangehad, laat staan twee regenlaarzen. In de winter hebben ze het nooit koud. Ze haten sjaals. In de zomer, in een tent met een gevoelstemperatuur van drieënzeventig graden, zeggen ze zomaar: ‘Zullen we eieren bakken in de tent?’ Ik was als kind ook zo, ik rende hele dagen buiten rond in een hansop met blote armen, ook als er een sneeuwstorm was, wat toen altijd zo was.

Maar nu vormt elke windvlaag of zonnestraal een prikkel die mijn gehele wezen opschudt. In de zomer lijd ik onder de hitte. In de zin van: kan niks, wil niks. In de winter lijd ik onder de duisternis. Niet onder de kou, het is niet koud. Maar dat donkere gedoe, daar heb ik last van, en alle andere volwassenen die ik ken ook.

In de twee seizoenen dat ik niet lijd, ben ik idioot opgewekt. Op het vervelende af. Ik hoor mezelf dan zeggen: ‘Dit is helemaal mijn weertje.’ Of, mijn tante echoënd: ‘Lekker! Het regent weer!’

Je zou zeggen dat je afstompt naarmate je ouder wordt. Dat je alles al eens gezien hebt, elk verhaal gehoord, iedere film is een variatie op James Bond of Sleepless in Seattle, de wijde broekspijp heb je al drie keer terug zien komen, en die eindeloos repeterende seizoenen zouden niet meer heel verrassend voor je moeten zijn. In die zin is de uitkomst van mijn onderzoek naar de met de leeftijd toenemende weergevoeligheid heel mooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden