Column Peter Middendorp

Mijn redacteur noemt me ‘lief’. Dat vindt deze boer maar wat ongemakkelijk

Ik heb een nieuwe redacteur bij een uitgeverij en ik ben erg blij met haar, maar als ik toch een puntje van kritiek moest geven, zou ik noemen dat ze als aanhef boven haar mails aan mij ‘lieve’ gebruikt. Ik vind dat een beetje ongemakkelijk en ik weet niet goed hoe te antwoorden zonder een van ons tweeën zachtjes voor het hoofd te stoten.

In Duitsland heb je tenminste regels voor sociaal contact, daar maakt de grammatica gehakt van ongemak. Je schrijft gewoon ‘Liebe’ of ‘Lieber’, afhankelijk van het geslacht van de ontvanger, en dan is het altijd goed. Al zou ik overigens niet weten wat de aanhef is voor mensen die niet door de categorieën ‘man’ en ‘vrouw’ worden vertegenwoordigd. Welke verbuiging dat dan is.

Al is het waarschijnlijk ook iets Amsterdams om iedereen lief te noemen. Er is hier ook een streekgebonden wetmatigheid aan het werk. Hoe dichter je naar het centrum van het land reist, zo zouden we als stelregel kunnen aanhouden, hoe liever je wordt. Zodra je de stadsgrens van Amsterdam passeert, krijg je intieme adjectieven naar je hoofd. Dag schat, dag lieveling, kom hier, vertel, hoe heet je ook alweer?

En, dat hoort er ook bij, dat is de andere helft van onze stelregel: hoe verder je naar de buitengrenzen reist, hoe meer lading en inhoud het woord ‘lieve’ krijgt en hoe minder mensen ervoor in aanmerking komen. Tegen de tijd dat je in Emmen bent aanbeland, waar ik vandaan kom, houd je alleen kind, partner en moeder over. Nog drie kilometer verder naar de Duitse grens en niemand is meer lief.

Nog een mogelijkheid was dat ‘lieve’ hier op zijn grachtengordels moest worden opgevat. Als een soort code, die iets betekende. Dat kon ook. Zo was er eens een belangrijke uitgever die knuffels uitdeelde aan schrijvers in wie hij het zag zitten, en geen knuffels aan schrijvers van de tweede garnituur. Als je wilde weten of je toekomst had, hoefde je maar naar het jaarlijkse uitgeversfeest te gaan, waar het onderscheid tussen de hoog- en laagvliegers, de ge- en ongeknuffelden en public werd gemaakt.

Een beetje een nare gewoonte, kan ik wel zeggen, voor wie geen knuffel kreeg maar er wel keiveel behoefte aan had en er soms wel een hele avond op bleef staan hopen.

Uiteindelijk antwoordde ik mijn nieuwe redacteur dat haar aanhef, net als veel andere dingen in het leven, mij een beetje in conflict bracht met het feit dat ik uit het noorden kom, het zuidoosten van het noorden om precies te zijn. Een boer, kortom, die pas ‘lieve’ zegt als het echt niet anders meer kan. Maar, en dat staat ertegenover, áls we er eenmaal mee beginnen, houden we er ook niet meer mee op. Dan gaan we ermee door tot in de eeuwigheid der eeuwen. Ook als je er allang niet meer op zit te wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden