Mijn monteur zuchtte diep: 'Stadsauto'

Thomas van Luyn Beeld Robin de Puy

Het is alwéér gebeurd: mijn autospiegel eraf gejat. Alweer? Ja, alweer. Ik weet niet of ik u er al eens mee heb lastiggevallen, maar dat overkomt me af en toe. Wie doet nou zoiets, dacht ik vroeger, maar inmiddels weet ik het antwoord: boeven. Die kun je namelijk niet vertrouwen, die doen de gekste dingen. En mijn auto is van een type waarvan de spiegels in trek zijn - vermoedelijk bij andere auto's waar de spiegels vanaf zijn gejat.

De eerste keer dat het gebeurde, toen ik op Marktplaats een vervanger wou zoeken, besloot ik dat ik dan mijn eigen spiegel zou terugkopen, de spiegeldief zou belonen voor zijn strooptocht, en hem zo zou aanmoedigen er vooral weer op uit te gaan. Sindsdien breng ik, om hem een hak te zetten, mijn auto netjes naar de garage om er een dure nieuwe op te laten zetten. Dat zal 'm leren, die boef.

Mijn monteur, een wijs man, kijkt niet meer op wanneer hij mij zonder buitenspiegel aan ziet komen. Dan zucht hij diep en zegt: 'Stadsauto'. Hij is een man van weinig woorden, die veel wijsheid in zijn karige uitingen weet te leggen. Inderdaad, stadsauto. Daar hoort berusting bij: spiegels worden gejat, ruitjes ingetikt, stickers geplakt en bovenal: krassen gemaakt. Heel soms door mij, als ik een paaltje niet zie, maar negen van de tien keer is het een fietser. Fietsers kwakken hun fiets namelijk neer waar het ze maar schikt. In hun optiek is alles waar iets tegen kan leunen een parkeerplaats. Een boompje bijvoorbeeld: In de stad hebben tegenwoordig bijna alle parkeerplekken, voor auto's bedoel ik dan, een boompje ervoor of erachter. Eén fietser kwakt zijn barrel tegen een boom, de volgende doet dat ook, en dan nog een, en voor je het weet zie je door het fietsenbos de boom niet meer. Als er dan iemand de zijne uit de ijzeren kluwen wil trekken, vallen er altijd een paar om: tegen mijn achterbak bijvoorbeeld, of op mijn voorklep. Hetzelfde geldt voor de lantaarnpaal op de stoep: parkeer ik mijn auto daarnaast, dan schraapt er geheid iemand zijn trapper langs het portier, wanneer hij z'n fiets tegen de bewuste paal wil leunen. Stadsauto. Het hoort erbij.

Ik weet waarover ik het heb, want voordat ik een auto had, was ik ook zo'n achteloze neerkwakker. Inmiddels ben ik voorzichtiger: door schade en schande wijzer geworden (meer schade dan schande) parkeer ik mijn eigen fiets altijd keurig tegen een winkelruit, liefst eentje waar zo'n bordje 'verboden fietsen te parkeren' hangt, want dat ergert mij mateloos. Ten eerste heeft het geen enkele juridische status, ten tweede hangt er voor elke winkelruit zo'n bordje, waardoor je, als je al die bordjes zou gehoorzamen, je fiets in een weiland buiten de stad zou moeten zetten.

Nu dus weer een spiegeldief. Ik haat hem, want ik ben erg gehecht aan mijn mooie, lieve, warme auto. Ik heb gefantaseerd over het onder stroom zetten van de carrosserie, maar er wonen vrouwen en kinderen in mijn buurt, sommigen daarvan bij mij in huis. En bovendien: zo'n spiegeldief, die had zich zijn leven vast ook anders voorgesteld. Hij heeft al eens in de bak gezeten, weet ik, want de politie weet wie het is.

t.vanluyn@volkskrant.nl

@thomasvanluyn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden