ColumnIbtihal Jadib

Mijn moeder wordt gek als ze haar Marokkaanse familie te lang niet ziet én als ze ze te lang wél ziet

Beeld Aisha Zeijpveld

De kinderen zijn vijf minuten naar school geweest en nu staat de zomervakantie alweer voor de deur. Na maandenlang thuiszitten kunnen we verder gaan waar we gebleven waren met lummelen en hangen. Aanvankelijk hield ik nog hoop op een zomerrooster, ik kon me simpelweg niet vóórstellen dat al die weken van de zomervakantie onbenut zouden blijven. Dat we schouderophalend naar de verloren coronatijd zouden kijken en scholieren gewoon weer naar huis zouden sturen. Kennelijk is de komkommertijd een heilig goed waar onder geen beding een paar weken vanaf kan worden gesnoept om, noem ’es iets geks, wat werk in te halen.

Mijn moeder zit ook gedesillusioneerd te kijken naar de voorliggende zomervakantie; ze kan zich er nauwelijks bij neerleggen dat ze dit jaar niet naar Marokko gaat. De vliegtickets – reeds in januari geboekt – lagen maandenlang klaar in de la, keurig uitgeprint, want zo’n e-ticket wordt pas echt als je ’m kunt vasthouden. Blij had ze haar moeder, broers en zussen verteld wanneer ze er weer zou zijn. Maar toen viel het leven overal stil en zat Marokko steviger op slot dan de kluis van een Zwitserse bank. Mijn vader maakte er weinig woorden aan vuil. Hij haalde in maart zijn schouders op en zei: ‘Dat wordt thuisblijven deze zomer.’ Mijn moeder daarentegen begint hoe langer hoe meer te pruttelen dat ze haar familie mist. De corona-angst is ze gemakshalve vergeten, evenals de slechte Marokkaanse gezondheidszorg en de onmogelijke opstelling van de Marokkaanse regering bij de repatriëring van gestrande reizigers. Dat zijn allemaal argumenten, en die werken niet bij iemand met heimwee.

Mijn moeder moet minimaal eens in de twee jaar haar familie zien, anders wordt ze gek. Ze wordt overigens ook gek als ze diezelfde familie te láng ziet. Het omslagpunt ligt ergens tussen de vier en vijf weken en hangt samen met het aantal incidenten, die variëren van familievetes tot m’n oma’s huis dat toevallig altijd in de zomer begint te lekken en de trage, corrupte werkwijze van instanties. Vroeger boekte mijn moeder het liefst de volle zes weken, maar dat mag ze niet meer van ons. Ik vind dat ze sowieso niet langer moet gaan dan drie weken maar als ik dat zeg, kijkt ze me aan alsof ik op m’n hoofd ben gevallen. ‘Dan kan ik net zo goed níet gaan!’, roept ze dan uit, ‘De eerste week ben ik nog aan het bijkomen van de reis, de laatste week moet ik alweer beginnen met inpakken dus dan blijft er slechts één weekje over!’ Daar valt van alles tegenin te brengen, maar soms is instemmen beter.

Als ik m’n moeder na haar vakanties ophaal van Schiphol is het steevast hetzelfde. Ik vraag hoe het met iedereen is, of ze het leuk heeft gehad en of ze nog lekkere koekjes van m’n tante heeft meegekregen. Zij antwoordt dan dat Marokko een heerlijk land is, het met iedereen goed gaat, ik van iedereen veel liefs krijg en dat ze ook voor mij koekjes heeft meegenomen. Vervolgens vertelt ze in één adem door hoe vreselijk irritant alles en iedereen was, wat voor gezeik ze nu weer aan d’r kop had gekregen en hoe ongelooflijk blij ze is dat ze weer thuis is. Weg van alle masjakil (problemen). ‘Oeff kind, Marokko zit vol masjakil!’, zucht ze vermoeid.

En dan, op de A4 terug naar huis, begint de heimwee weer te groeien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden