ColumnSylvia Witteman

Mijn kinderen waren opgegroeid tot weldenkende mensen, dacht ik

Mijn kinderen zijn op een leeftijd dat ze over fundamentele zaken anders denken dan ik. En dan bedoel ik niet bedtijd, fastfood of schermgebruik, want de strijd tegen al die bierkaaitjes heb ik al opgegeven toen ze nog klein waren. Dat kan ik iedereen aanraden, want daardoor is het hier thuis altijd gezellig gebleven, tussen de big macs en playstations, vaak tot diep in de nacht; ik mocht daar gerust zomaar in de huiskamer een boek bij lezen, zolang ik maar niet door Call of Duty heen praatte.

Mijn kinderen groeiden op tot weldenkende mensen, mijn zoons iets rechtser dan ik, mijn dochter wat linkser (was het niet Baudetje die zei dat vrouwen van nature linkser zijn dan mannen?), maar toch: weldenkende mensen. Dacht ik. Tot mijn oudste zoon onlangs iets raars zei over de vrijheid van meningsuiting. Dat is een van de weinige waarden waarover ik principes koester. (Dat, en nooit margarine eten.)

‘Ik ben helemaal vóór de vrijheid van meningsuiting’, zei mijn zoon. ‘Maar spotprenten van iemands profeet maken, dat doe je gewoon niet. Dat is pesterij.’ Ik verslikte me in een hapje brie. ‘Jongen toch!’, riep ik, en wilde reeds op gedragen toon beginnen: ‘Je ne suis pas d’accord avec ce que vous dites...’ (maar dan in het Nederlands, want mijn Frans is beroerd) toen hij me onderbrak: ‘Nee, niet wéér Voltaire. De Marokkaanse meisjes in mijn klas zijn echt helemaal overstuur van die spotprenten. Je hebt geen idee hoe belangrijk hun geloof voor ze is. Dat staat voor hen boven alles.’

Ik hapte naar adem. Wat moest ik zeggen: ‘Ja, dat is het probleem juist’? Of: ‘What’s next? Ook maar geen korte rokjes meer dragen? Ham uit de supermarkten?’ Of...

‘Ja, ik begrijp wat je bedoelt’, hoorde ik mezelf tot mijn eigen verbazing zeggen. ‘Ik ben het niet met je eens, maar ik respecteer het.’ Hij loerde nog even schuins of ik niet tóch weer over Voltaire zou beginnen, maar dat deed ik niet. Hij bedoelde het goed, mijn zoon. Voltaire trouwens ook, al gebruikte die meer opium dan strikt noodzakelijk.

Ik voelde me sereen en nobel. Zie je, ik leerde het wel. Geen ruzie maken, niet schreeuwen, niet dreigen met natte andijvie als avondeten, nee: respect. Respect voor de denkbeelden van een nieuwe generatie, die immers de aarde zal erven.

‘Jij gaat die vaccinatie tegen corona toch ook niet nemen?’, hoorde ik vanochtend mijn jongste zoon tegen zijn broer zeggen. ‘Tuurlijk niet’, antwoordde die. ‘Je weet nooit wat erin zit. Het komt de farmaceutische industrie wel héél goed uit, hè? En...’

Wel godverdomme! Niks respect. Natte andijvie kunnen ze krijgen, een grote, roestige pan vol. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden