ColumnSylvia Witteman

Mijn kinderen hebben het pesten hervat. ‘Waarom koop je een camper als je niet durft te rijden? Nou?’

Toen ik onlangs die oude camper aanschafte, ging ik voorbij aan een detail: ik heb al tien jaar geen auto meer gereden. ‘Nou, dat ga je dan toch gewoon weer doen, mama?’, roepen mijn kinderen sindsdien pesterig. ‘Maar dan moet ik eerst een andere bril’, antwoord ik dan. Het is waar. ‘Rijdt u nog auto?’, vroeg de opticien, al jaren geleden, op een toon zonder veel fiducie. En, na enig schouderophalen mijnerzijds: ‘Dan moet u wel een andere bril hebben, hoor.’ Sindsdien mijd ik de opticien.

‘Mama, néém dan een andere bril!’, drongen mijn kinderen steeds krachtiger aan. Tot de corona me te hulp kwam snellen. ‘Ik zou wel willen, maar het kan niet, jongens. Alle opticiens zijn dicht. Zo jammer!’

Een periode van gelukzalige rust brak aan. Mijn camper staat op het platteland in het groen. Ik doe er de heerlijkste middagdutjes, met de ramen wijd open. Ik hoor vogeltjes zingen, bomen ruisen in de lentebries, en de fascinerende gesprekken van fietsers en wandelaars. Fietser 1: ‘Ik heb al drie bananen op.’ Fietser 2: ‘Ik twee. En een krentenbol.’ Spinnend van tevredenheid lig ik dan op het uitklapbed en lees fijne boeken die ik al eens eerder gelezen heb, zodat ik heel zeker weet dat het fijne boeken zijn.

Als ik klaar ben met lezen en slapen mogen mijn kinderen in de camper naar de supermarkt in het nabijgelegen dorpje Reuzel rijden. Dat vinden ze leuk. De camper vindt het ook leuk. Hij laat er zijn keukenkastjes enthousiast bij rammelen, als een oud renpaard dat nog graag over een niet al te hoog hekje springt.

Een win-winsituatie, al met al, maar aan alles komt een eind, ook aan die zegenrijke corona. De opticiens gingen weer open. En de rijscholen, ja, ook die met speciale cursussen voor bange oude vrouwtjes. Mijn kinderen hebben het pesten hervat. ‘Waarom koop je een camper als je niet durft te rijden? Nou? Mama? Oké, dan nemen wíj hem wel mee, naar een heleboel lawaaiige festivals, waar we hem gaan uitwonen met een bende foute vrienden en dronken snollen.’ Nou ja, dat laatste zeggen ze niet hardop. Maar het is wel zo.

Sindsdien hebben mijn middagdutjes hun onschuld verloren. Liggend in mijn camper lees ik geen fijne boeken meer, maar ik kijk op Funda. Ik kijk naar afgelegen huisjes in het groen. Er zijn er een heleboel. Heel betaalbaar ook, als je maar ver van de Randstad zoekt. Kijk eens aan, dit snoepje, even buiten Pingjum! Of dit, bij Witmarsum! Of deze...

Urenlang kijk ik op Funda. Mijn ogen branden en tranen.

Ik moet écht een andere bril. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden