column

Mijn kinderen begrijpen al dat het heel grappig is om een Sirecampagne voor lief doen op je moeder af te vuren

De nieuwe Sirecampagne was, in mijn huishouden althans, binnen een dag volledig mislukt. Via het Jeugdjournaal werden de kinderen op de hoogte gesteld van de door Sire gelanceerde hashtag #doeslief, waarna ze uiteraard meteen aan mij vroegen wat doeslief betekende, omdat zij er niet meteen ‘doe ‘s lief’ in zagen.

Toen ik ze dat uitgelegd had, en ze uit het item van het Jeugdjournaal hadden begrepen wat de campagne behelste – dat je een caissière  bij de Albert Heijn niet moet negeren als je iets bij haar afrekent, en dat je een tramconducteur niet in zijn gezicht moet spugen – gingen ze de hashtag meteen zelf gebruiken. De hele tijd.

Als ik ze iets te kattig maande om even op te schieten en in bad te gaan, was het ‘Zég, doeslief!’ en als ik ze iets te kattig maande om op te schieten en hun schoenen aan te trekken, was het ‘Nou mama, doeslief!’ en als ik ze iets te kattig – nou ja, ze iets te kattig manen om met iets op te schieten is mijn halve dagbesteding, dus het ‘Doeslief!’ klonk de halve dag door het huis.

En dan op diep-ironische toon, want mijn kinderen (8 en 9) zijn op de leeftijd dat ironie hun favoriete stijlfiguur is en ze begrijpen ook al dat het heel grappig is om een Sirecampagne voor lief doen op je moeder af te vuren.

Mislukt dus, die campagne. Want volstrekt niet serieus genomen. Of is dat juist goed?

Ik denk even terug aan de, als je het over gedragsverandering hebt, campagne der campagnes: die van de Bob. Weet u nog hoe mensen die term uitspraken toen hij net gelanceerd was? Met héél veel ironische aanhalingstekens eromheen. Dus je was op een feestje en dan vroeg je of iemand een glaasje wijn wilde. En dan zei diegene: ‘Nee, want ik ben “““““de Bob”””””.’ En dan fronste hij er nog bij en rolde met zijn ogen.

Maar voor ieder jaar dat de Bob bestond, ging er één ironisch aanhalingsteken af, en inmiddels is het dus zo dat mensen in alle normaalheid tegen elkaar zeggen: ‘Nee, doe mij maar een Spa Rood, want ik ben de Bob.’ En dan worden ze ook niet uitgelachen.

De Bob is dus door het diep-ironisch te benaderen, ingeburgerd geraakt, en vervolgens gewoon geworden.

Misschien gebeurt dat met doeslief ook. En gaat iedereen ineens lief tegen elkaar doen. Al vind ik het niet per se líéf als je een tramconducteur niet in zijn gezicht spuugt – ik vind het vrij normaal als je een tramconducteur niet in zijn gezicht spuugt. En volstrekt krankzinnig als je een tramconducteur wel in zijn gezicht spuugt.

Maar goed, #doesnietvolstrektkrankzinnig bekt niet lekker, dat snap ik ook wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden