ColumnManon Spierenburg

Mijn hersenen denken in al hun eloquentie alleen maar: ‘Huh?’

Auteur en scenarist Manon Spierenburg schrijft wekelijks een column over hoe het steeds stiller wordt om haar heen nu ze doof wordt.

Beeld Douwe Dijkstra

Laat me uitleggen waarom ik geen gehoorapparaat heb. Nou ja, ik héb er wel een, maar ik doe het nooit in. Het ligt in een doosje te verkommeren achter mijn toetsenbord, naast de mini-Mini Cooper die mijn dochter  had meegebracht toen ze voor het eerst zonder mij naar Londen was geweest. Vanaf daar loert het ding mij verwijtend aan: als ik het in zou doen, zouden andere mensen niet zo veel moeite hoeven doen om zich verstaanbaar te maken, dus waarom werk ik niet eens een keertje mee? Het is waar. Mensen moeten echt moeite doen als ze met mij willen praten, terwijl ze - laten we eerlijk zijn - waarschijnlijk het liefst lekker gedachtenloos voor zich uit zouden lullen.

Maar hoewel elke aanval op mijn schuldgevoel meestal een schot in de roos is, verdom ik het in dit geval nog steeds. In Fawlty Towers, de legendarische serie over een hoteleigenaar in Torquay, wordt uitbater Basil (John Cleese) helemaal gestoord van de dove mrs. Richardson, die haar gehoorapparaat niet wil aanzetten, want: ‘Dan loopt de batterij leeg.’ Dat slappe excuus is duidelijk bedacht door iemand die gewoon kan horen, want ik weet de echte reden: gehoorapparaten werken niet.

In reclames zie je zijig glimlachende mensen: er gaat een wereld voor ze open nu ze weer kunnen horen. Hadden ze dat maar eerder geweten! Maar zo werkt doof zijn dus niet. Wat een gehoorapparaat inderdaad keurig doet, is de klanken die in het dode gedeelte van het oor zitten verleggen naar een stuk dat nog wél werkt. De audio - hoewel blikkerig en mechanisch - bereikt mijn brein. Maar vanaf daar gaat het meteen mis. Mijn hersenen hebben die geluiden al twintig jaar lang niet gehoord, dus denken in al hun eloquentie alleen maar: huh?

‘Luchtverplaatsting?’, opperen ze twijfelend. Ik kijk opzij voor verificatie. ‘Ik geeuwde!’, zegt mijn geliefde. Hij kijkt betrapt. Blijkbaar geeuwt hij wel vaker als ik praat. Ik zet mijn zonnebril op. De pootjes schrapen over de microfoon als nagels over het schoolbord. Niet moeilijk doen. Kan de beste gebeuren. We gaan naar buiten en dan beukt ineens van alle kanten het geluid in op mijn normaal zo stille, serene wereld. 

De hel! Zonder dat ik dat in de gaten heb gehad, zijn mijn hersenen het vermogen verloren hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Vogel? Vliegtuig? Japanse draak die heel Tokio komt opeten? Ik mag doodvallen als ik het weet. Filteren is niet langer een optie. Intussen blijft het geluid maar doorgaan. Het is overal. Zo worden krijgsgevangenen tot een bekentenis gedwongen: door het geluid van tv-dominees non-stop op standje 100 te zetten.

Ik ben bereid alles en iedereen te verraden: namen van geheime missies, van mijn beste vrienden, van strategische posities. Maar mag dit ophouden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden