Column Aleid Truijens

Mijn gezicht en mijn identiteit zijn van mij, tenzij ik ze zelf weggeef

In mijn zwembad is per vandaag de zwembadpas afgeschaft. Nee, ik bedoel niet de wonderlijke pas die Kees de Jongen gebruikte als hij ‘es goed opschieten wou’: ‘voorover gaan lopen, net of je telkens vièl, en dan maar met je armen zwaaien, heen en weer’.

Met de zwembadpas in het Amsterdamse De Mirandabad schoot het minder op. Zij zorgde voor lange rijen voor de kassa: iedere bezoeker moest zich identificeren en ontving een pasje met foto. Tienduizenden bezoekers boven de 14 jaar kregen zo’n pas om ‘enkele lastige personen’ in de gaten te kunnen houden en mensen met een zwembadverbod te weren. 

Het was schieten met een kanon op een handjevol bloedirritante muggen. Een onevenredig zwaar middel, oordeelde de Commissie Persoonsgegevens Amsterdam. Bovendien zijn veel plegertjes – die bezoekers treiteren en intimideren, vechten, stelen, drinken – nog geen 14. Nu krijgen de medewerkers een app, waarop foto’s staan van de boosdoeners, en waarmee ze elkaar kunnen waarschuwen. Beter.

Ach, het Mirandabad – nooit ‘de’ zeggen. Een braaf oord was het nooit. Toen ik kind was telde je pas mee als je durfde te glippen over het hek, wat ik met doodsverachting één keer heb gedaan; daarna hoorde ik er nog niet bij. Ik liep een hersenschudding op toen ik werd achternagezeten door een jongen. Altijd als je in het kleedhok nét in je badpak wilde stappen, stak een lachend jongenshoofd onder het deurtje door; joelend vertelde hij zijn vrienden wat hij had gezien.

Toen mijn kinderen er zwommen werd het bad beheerst door een buurt-gang. Voor geen goud wilden ze er nog heen. Nu kom ik er met mijn kleindochter. Het lijkt een stuk veiliger. Jongeren bewaken er vriendelijk de orde, gestoken in gewichtige hesjes.

Bij het Henschotermeer (bij Amersfoort) gaan ze nog verder om raddraaiers te weren: daar willen ze gezichtsherkenning invoeren. Je mag pas in het water plonzen nadat je, als een verdachte, je identiteit hebt prijsgegeven. Krankzinnig. Waarom zou je niet anoniem mogen zwemmen? Wat gebeurt er met die gegevens, wie mag ze opvragen? Straks moet je ook nog bloed afgeven, vanwege infectiegevaar.

Ik was al verbaasd om te lezen dat je toegang moet betalen voor dat meer. Het is een mooie plas, door God geworpen in een zanderige kuil, dus van iedereen. Ik zwom er met mijn vader, die ook Kees heette en zijn leven lang een jongen bleef die niet kon stilzitten, en hield van doorstappen en zwemmen. ‘Nóóit zomaar iemand je naam geven’, leerde hij mij.

Wat technisch mogelijk is, zal gebeuren. Gezichtsherkenning is ontzettend praktisch, schrijven enthousiastelingen. Geen gedoe meer met paspoorten en boarding passes op vliegvelden. Je kunt gezichten van zaad- en eiceldonoren zoeken die passen bij wensouders. En hé, je kunt ermee zien of leerlingen die online les krijgen, wel opletten. Geen leraren nodig en toch kinderen in een wurggreep houden. Handig!

Doodgriezelig. Mijn gezicht en mijn identiteit zijn van mij, tenzij ik ze zelf weggeef of als ik gevaar aanricht. Maar we zijn er wel zelf bij. We worden niet door opperrobots gedwongen overal onze gegevens af te geven. We vinden het al doodnormaal. We glibberen weg op een hellend vlak. Wij zijn degenen die grenzen stellen aan privacyschending.

Verontrustend vind ik ook dat we technologie gebruiken waar gewoon menselijk ingrijpen gewenst is: zwembadpersoneel zou geweldplegers kunnen wegsturen, slachtoffers beschermen, leraren kunnen leerlingen aanspreken op hun desinteresse. Trouwens, een minieme ruimte voor creatief zondigen – glippen, gluren of drinken – mag er best blijven. Anders wordt onze controledrift verstikkend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.