ColumnManon Spierenburg

Mijn dochter is mijn menselijke gehoorapparaat en verdient een lintje

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

null Beeld Douwe Dijkstra
Beeld Douwe Dijkstra

Doof zijn lijkt vaak erger dan het is. Larry David, schrijver van meesterwerken als Seinfeld en Curb Your Enthusiasm zei eens: ‘Soms doe ik alsof ik doof ben en probeer ik me voor te stellen hoe het is om de vogels niet te horen. Valt best mee.’ Hij heeft gelijk. Maar voor sommige dingen heb je echt de audio nodig. Zo kreeg ik op een gegeven moment bijvoorbeeld een kind. Zo’n baby is om te overleven volledig afhankelijk van de oplettendheid van de moeder. Ik dus. Degene die zich helemaal de tyfus schrikt als er ineens iemand achter haar staat. Bij wie je lichtkogels moet afschieten om oogcontact te krijgen. Bij wie de buren op de muur bonzen als haar wekker afgaat.

Nou is het leven van een gemiddeld gezin er vaak niet op gebaseerd dat naar elkaar geluisterd wordt. Bovendien ben ik maar voor 80 procent doof. De hoge en lage tonen werken nog, alleen het middenregister is dood. Daar zitten alle medeklinkers, maar zo’n baby doet het eerste jaar alleen nog maar aan klinkers, dus dat was alvast een enorme meevaller. Praten leverde verder geen problemen op, want ik ben niet doof geboren dus klink ik ‘normaal’ en daarbij heb ik aan eenvijfde woord genoeg. Ze zal er hooguit er de zenuwen van hebben gekregen dat ik haar als een havik in de gaten hield om maar niets te missen voor als ze me nodig mocht hebben, maar dat valt nauwelijks verwaarlozing te noemen. Al snel bleek dat liefde niet alleen blind is, maar ook doof, want het ging goed. Ik aanbad de grond waarop ze kroop en ze leek ook niet al te veel last van mij te hebben.

Goed, ze riep vanaf dat ze twee jaar was ’s morgens alleen nog maar om haar vader, want mama kwam toch niet. En toen ze vier was en naar school ging, bleek dat ze ongeveer drie keer zo hard praatte als andere kinderen, waardoor ze iedereen de stuipen op het lijf joeg. Als ze in de jaren daarna gered wilde worden van speelafspraken bij vriendinnetjes die thuis heel anders bleken dan op school, verstond ik haar niet als ze me probeerde te bellen. Nog later begon ik haar te misbruiken als menselijk gehoorapparaat en liet haar voor me vertalen in winkels, bestellingen doen in restaurants en telefoontjes plegen in verschillende talen terwijl ik vanuit het souffleurshok dingen tussendoor riep. Als jeugdzorg erachter komt, ben ik alsnog de lul. Maar zelf zit ze er niet mee. Ze is eraan gewend, mijn fantastische dochter, noemt me liefkozend Doofje Doofmans, ziet er niets raars in dat ik haar moet kunnen zien als ze met me wil praten omdat ik haar anders niet kan verstaan en heeft het geduld van een heilige.

Uwe Majesteit, als ik u niet ontrief, kan dat kind dan een lintje krijgen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden