ColumnHeleen Mees

Mij stoort het valse idee dat we zonder het neoliberalisme geen problemen zouden kennen

Ik heb zeilles bij De Hoop, een roei- en zeilvereniging in Amsterdam. We volgen nu theorieles en krijgen in april praktijkles. Dick Buitelaar, een van de instructeurs, toont graag filmpjes zodat we kunnen zien hoe we de zeilen moeten strijken en overstag gaan. Buitelaar heeft een voorkeur voor filmpjes uit de jaren zeventig. Er werd in die tijd nog met vlets gevaren, zware en langzame boten die als voordeel hebben dat alle handelingen goed te zien zijn. Het laat het Nederland van De schippers van de Kameleon zien. De zeilers dragen blauwe overalls. Wat opvalt is hoe kaal Nederland was, onaangetast nog door het consumentisme.

De andere zeilinstructeur, Stephen de Haseth, laat liever recente filmpjes zien waarin wordt gezeild met snelle en lichte polyvalken. Die zeilers dragen felgekleurde zeilpakken. Er zijn speciale tuigsteigers aangelegd waar de zeilen kunnen worden gehesen. Net als Buitelaar zie ik liever de oude filmpjes. Niet alleen uit nostalgie naar de jaren zeventig toen je het gras nog kon horen groeien, maar ook omdat het Nederland van toen qua fase van ontwikkeling veel lijkt op Beijing toen ik er in 2015 woonde.

Daar moest ik aan denken nadat Bas Heijne afgelopen weekend in een interview met het Belgische Mo* Magazine zei dat als er één kracht is die de gemeenschap heeft ondermijnd, dat wel het neoliberalisme is. Nu is kritiek op het neoliberalisme niet bepaald nieuw. Het is een soort inktvlekkentest waarop iedereen zijn eigen ongenoegens kan projecteren. Maar de kritiek is vooral kortzichtig omdat het neoliberalisme, dat zijn intrede deed met de verkiezingsoverwinningen van Margaret Thatcher en Ronald Reagan, een reactie was op een reëel probleem, namelijk de grote macht van werknemers in de jaren zeventig.

Thatcher dankte haar verkiezingszege aan de stakingen in de winter van 1978-’79, die de vakbonden hadden georganiseerd omdat ze niet tevreden waren met een loonsverhoging van 5 procent per jaar. Het neoliberalisme van Thatcher en Reagan miste zijn uitwerking niet. Het Internationaal Monetaire Fonds en de Wereldbank kwamen met tien aanbevelingen waaronder meer marktwerking, lagere belastingen en internationale vrijhandel. Deze staan bekend als de Washington Consensus. De aanbevelingen waren niet onredelijk in het licht van de uit de voegen gegroeide verzorgingsstaat eind jaren zeventig.

Wat wel mis is gegaan, is dat China in de jaren negentig op een fast track is geplaatst om toe te treden tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), wat in december 2001 ook gebeurde. Dat was grotendeels uit nobele overwegingen. De idee was dat vrijhandel China zou transformeren tot een liberale democratie, hoewel de gedachte dat we onze televisiesets aan meer dan een miljard Chinezen zouden kunnen verkopen, ook aanlokkelijk was. In werkelijkheid gebeurde precies het omgekeerde. Het Westen stak zich diep in de schulden om in China gemaakte televisiesets te kopen.

Achteraf gezien had men China beter geleidelijk tot de WTO kunnen laten toetreden. Dan was er in het Westen niet zo’n sterke daling van de arbeidsaandeel in het bbp en explosieve stijging van het winstaandeel opgetreden. China’s politieke leiders doen dat beter. Die weten dat met zulke grote aantallen geleidelijkheid cruciaal is. In China mogen migranten van het platteland niet massaal naar de stad migreren. Maar hindsight is 20/20, zoals de Amerikanen zeggen: achteraf is het makkelijk praten.

Mij stoort het valse idee dat we zonder het neoliberalisme geen problemen zouden kennen. Zonder het neoliberalisme zouden we nu zijn geconfronteerd met schreeuwende arbeidstekorten. Dat zou ook tot spanningen hebben geleid. Die waren er in de jaren zeventig al.

Bovendien leefde in 1980 ruim 80 procent van de Chinezen in diepe armoede, dat wil zeggen van minder dan 1,90 dollar per dag tegen lokale prijzen. Dat percentage is gedaald tot minder dan 1 procent in 2015. Ook is de levensstandaard in veel andere Aziatische landen, zoals Vietnam en Bangladesh, flink gestegen. De prijs die het Westen daarvoor heeft moeten betalen, is alleszins bescheiden. Als Bas Heijne zegt dat het neoliberalisme de gemeenschap heeft ondermijnd, vraag ik mij af hoever zijn gemeenschap reikt. De mijne strekt zich uit tot Beijing.

Heleen Mees is econoom en columnist van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden