Column Eva Posthuma de Boer

Mij pakken ze niet, dacht ik. Maar ineens is de oudste gevlogen en loopt de jongste met een spandoek door Den Haag

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Vandaag: een lange jeugd.

‘We worden oud’, zegt mijn man terwijl we allebei een bril opzetten om naar een filmpje van onze dochter vanaf het Malieveld te kijken. ‘Worden ja’, snauw ik, ‘maar we zíjn het nog niet.’

Ik wil er terstond van roken, de ene sigaret na de andere, liefst gepaard met glazen zwaar en donker bier. Daar wil ik nou wel tegen demonstreren: dat alles wat verdooft en verzacht en wat we zo hard nodig hebben om de vergankelijkheid het hoofd te bieden, zo verrekte ongezond is. Zes jaar langer schijnen we te leven als we de duivelse verleidingen weerstaan en onze recalcitrante verlangens onderdrukken, maar mag ik die jaren dan nu, in plaats van straks? Wat moet ik ermee als ik 90 ben?

Beeld Eddy Posthuma de Boer

Ik vond jong zijn lang duren. Vaak dacht ik: ik ben nog steeds jong. Mijn ouders en grootouders verkondigden regelmatig gepijnigd dat het zo snel ging, de jeugd. ‘Geniet er maar van, voor je het weet is het voorbij.’ Nou, mooi niet, bij mij duurde het en duurde het. Van jongs af aan was ik ook altijd de jongste, een rol waarin ik me theatraal en gelukzalig kon wentelen. Ik heb een oudere zus, dus thuis was ik het jongste kind; op mijn 11de ging ik naar de middelbare school en werd ik de jongste van de klas, en op mijn 27ste kreeg ik mijn eerste kind en bereikte ik de status van jonge moeder. Over mijn kinderen spraken mijn ouders en grootouders even gepijnigd als over mijn jeugd. ‘Geniet er maar van, voor je het weet zijn ze het huis uit.’ Mij pakken ze niet, dacht ik. Maar ineens is de oudste gevlogen en loopt de jongste met een spandoek door Den Haag.

Beleesbrild onderdruk ik mijn drank- en rookzucht, en tuur ik met mijn middelbare echtgenoot naar het Haagse protestverslag. Kinderhoofden lachen ons vanaf mijn telefoonschermpje toe, ik focus op de stem die ik herken, ons meisje, op het Malieveld, uitgelaten, tussen zoveel kinderen, met z’n allen voor de aarde van later, voor wanneer ze zelf moeder is, en voor wanneer haar kinderen kinderen krijgen. Maar om te beginnen voor het nu waarin haar jong zijn nog heel, heel lang duurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.