ColumnThomas van der Meer

Mevrouw Van Willigenburg wilde niet dood. Mevrouw Van Willigenburg wilde naar Rusland

null Beeld

‘Alsof er een poepbom was ontploft.’
‘Wat zeg je nu? Wat voor bom?’
‘Een poepbom. De hele wc zat eronder.’ Ik leg mevrouw Van Willigenburg (94) uit waarom ik vanmorgen later bij haar was dan gepland. ‘Die mevrouw zat zelf natuurlijk ook onder, van haar achterwerk tot haar tenen.’
‘Mijn hemel’, zegt ze, en ze slaat haar hand voor haar mond.
‘En toen ik haar stond te helpen, smeerde ze met haar voet poep op mijn broek.’
‘Nee!’
‘Ja! Moest ik mijn broek ook nog schoonmaken.’

Mevrouw Van Willigenburg ligt in bed. Ik heb het bed op een hoge stand gezet, zodat ik niet de hele tijd hoef te bukken terwijl ik haar sta te wassen. Ze probeert haar hoofd op te tillen om over de rand naar mijn broek te kijken, maar dat lukt niet. Daarvoor is ze te zwak. Gelukkig ben ik lenig. Ik steek mijn been in de lucht en ze kijkt hoofdschuddend naar mijn natte broekspijp.

Normaal gesproken vertel ik bewoners nooit wat ik op de werkvloer allemaal meemaak, maar mevrouw Van Willigenburg vertelt toch niets door. Ze komt deze kamer niet meer uit. Dit is haar sterfbed. ‘Ik lijk wel een baby’, zegt ze. ‘Ik kan niets meer.’ Haar toon is niet klaaglijk, maar verrast. Ze weet niet wat haar overkomt.

De volgende ochtend is ze niet meer aanspreekbaar. Als ik tegen haar praat, trillen haar oogleden, maar ze opent haar ogen niet meer. Ze fluistert alleen nog heel zachtjes: ‘Ach.’ Aan het eind van je leven maakt het geen verschil of je veel of weinig hebt gereisd. Mevrouw Van Willigenburg heeft de hele wereld gezien, maar kon moeilijk verkroppen dat ze niet vaker, langer en verder heeft gefietst, gewandeld en gezeild. Een paar maanden geleden wilde ze nog naar Rusland.
‘Hoe zullen we daarnaartoe?’, vroeg ze. ‘Kan ik met mijn rolstoel wel in de trein?’
‘Treinen zijn tegenwoordig rolstoelvriendelijk.’
‘Ook in Rusland?’

De volgende dag hield ze me haar iPad voor. ‘We kunnen beter met een camper gaan’, zei ze, en ze liet de website zien van een stichting die rolstoelvriendelijke campers verhuurt. Er stond een foto bij van zo’n camper, langs de oever van een diepblauw meer in de bergen. ‘En dan slaap jij in een tentje ernaast.’ Volgens mevrouw Van Willigenburg konden we de camper om de beurt besturen. Ik keek haar verschrikt aan.
‘Heeft u een rijbewijs?’
‘Natuurlijk.’
‘Is dat nog geldig?’
‘O, daar vraag je me wat. Vast wel. Ik zou niet weten waarom niet.’
‘Nou, kunt u de pedalen wel indrukken?’

Ze keek naar haar voeten, die op de voetsteunen van de rolstoel stonden. De neuzen van haar pantoffels gingen traag op en neer. ‘Ja, hoor.’

Mensen die nog niet zo oud zijn praten over ouderdom alsof je rond je tachtigste kunt kiezen: doodgaan of heel oud en krakkemikkig worden. En heel oud en krakkemikkig worden, daar heeft niemand zin in. Dat vind ik om twee redenen ingewikkeld. Ten eerste: waarom denk je dat je iemand anders wordt als je oud bent, iemand die dood wil? Begrijp me niet verkeerd: als iemand graag dood wil, zou het niet al te ingewikkeld moeten zijn dat te regelen, vind ik.

Maar de meeste oude mensen willen helemaal niet dood. Mevrouw Van Willigenburg wilde ook niet dood. Mevrouw Van Willigenburg wilde naar Rusland.

Ten tweede klinkt het als een oordeel over mensen die wél heel oud worden. Alsof oude mensen eigenlijk allang dood hadden moeten zijn, maar hun leven met allerlei medische capriolen hebben laten oprekken. Maar de meeste mensen die heel oud worden, doen dat per ongeluk. Sterke genen en schoon drinkwater.

Mevrouw Van Willigenburg is overleden. Nu is het meteen alsof ik niets meer met haar te maken heb. Ik zou haar graag nog een keer zien, maar dat durf ik niet: haar kamer zit vol familie die ik niet ken. Ze wordt in een kist op een karretje het pand uit gereden. Daar gaat ze.

De dagen daarna sjouwt haar familie af en aan met haar inboedel, want de kamer moet binnen vier dagen leeg. Haar zoon duwt de lege rolstoel. De volgende dag is ook haar naambordje naast de deur weg.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. De namen van personen in deze column zijn gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden