Met zijn manifest gaf Anton de Kom woorden aan mensen zoals mijn vader

Een besluit tot eerherstel door de Tweede Kamer, opgenomen in de Canon van Nederland, verkoopsucces voor de herdruk van zijn klassieker Wij slaven van Suriname, en nu een bundel essays als eerbetoon: de comeback van De Kom duurt voort.

Het beeld van Anton de Kom in Amsterdam Zuid-Oost.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Het beeld van Anton de Kom in Amsterdam Zuid-Oost.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Kinderen begrijpen meer dan ze snappen. Als ik vroeger werd gepest, was dat niet mijn leed, maar dat van mijn vader. Nog meer kleinering kon hij niet aan. Een gat in mijn hoofd? Mijn onhandigheid was in mijn ogen vooral erg voor papa. Zelfs toen in mijn schooltuintje minder wilde groeien dan in die van mijn klasgenoten, voelde dat voor mij als 9-jarige als een volgende kras op zijn toch al gehavende ziel.

Mijn vader is geboren en getogen in Paramaribo, op z’n 14de kwam hij alleen per boot naar Nederland, waar hij jaren later mijn Westlandse moeder trof. Samen kregen ze mij: hun enige kind. Mijn vader was mijn vader, maar ongewild ook een archetype: die van de ontheemde koloniale migrant, de Ander in het veronderstelde eigen land.

Dat wist ik ruimschoots voordat ik het vermogen had dit te verwoorden. Als student koloniale geschiedenis (ik denk dat ik een jaar of 21 was) las ik Wij slaven van Suriname van Anton de Kom voor het eerst. Het ‘moest’ van mijn vader. Ik zei hem dat het geen wetenschappelijke literatuur was, anders had ik het toch wel op de universiteit gekregen. Wat ik hem niet zei, was dat ik tijdens het lezen bijna onafgebroken moest huilen en dingen kapot wilde maken.

Vaderdagscadeau

Jaren later, op 22 juni 2020, plaatste ik een foto van Papa de Kom, zoals mensen die Anton de Kom liefhebben hem soms noemen, op Instagram. Eindelijk had hij een plekje in de Nederlandse geschiedeniscanon gekregen. ‘Een verlaat vaderdagscadeau voor mijn Surinaamse vader dat ik hem graag in de jaren vijftig (toen kwam hij naar Nederland) al had gegeven’, schreef ik erbij.

Ik zwierf in die periode veel door digitale media, en mijn hoofd. Ik keek naar beelden, hing aan lippen. Bij gebrek aan eigen woorden is het prettig schuilen in die van een ander. Dat landgenoten in navolging van zwarte mensen in de VS ineens massaal de straat opgingen, hakte erin. Mijn gedachten liepen in een groef: wat mag ik voelen, moet ik voelen, wat mag ik zeggen, moet ik zeggen, durf ik te zeggen, en tegen wie? Ben ik wel de aangewezen persoon om hier zoveel bij te voelen, met een teint die onmogelijk voor ‘zwart’ kan doorgaan?

In die weken belde ik vaak met mijn vader. Nadat bekend was geworden dat De Kom in de canon was opgenomen, hadden we een lang telefoongesprek. Dat was tamelijk uniek want meestal speelde hij de hoorn rap aan mijn moeder door als betrof het een te hete kop thee.

Ik zei hem dat het me speet dat ik hem destijds niet geloofde, toen hij Wij slaven van Suriname ‘onmisbare wetenschappelijke literatuur over het koloniale verleden van Nederland’ had genoemd. Dat ook ik – zo ingeprent kan koloniaal denken zijn – dacht dat dat beduimelde ‘boekje’ van hem, met ezelsoren op vrijwel elke pagina, niet zo belangrijk kon zijn. Ik begon zelfs te citeren. ‘Gij zijt geen deel van Holland’s koloniale glorie, gij behoort tot de donkere bladzijden der historie die de wetenschappelijke geschiedvervalsching het liefst maar overslaat bij het doceeren.’

Haarscherp

De Kom had haarscherp door dat de Caribische geschiedenis van Nederland louter verteld werd uit het eenzijdige perspectief van de heersende partij. Tevergeefs zocht hij als jongen naar de namen van Boni, Baron en Jolicoeur in zijn geschiedenisboekjes op school. Die Surinaamse helden bezingt hij in zijn boek.

Ik studeerde zoals gezegd koloniale geschiedenis in Leiden. Ging het in colleges over slavernij, dan ging het over economische rendementen en hoe karig die waren in ‘de West’ – die plek waar mijn halve genenpoel was gemixt. Ik wilde weten hoe een samenleving die voortkomt uit zo’n geschiedenis dat te boven moet komen, hoe ‘ja, maar dat was toen’ voortleeft in het nu. Dat vond mijn docent een activistisch vraagstuk, leuk als hobby, niks voor aan de universiteit.

Aan de telefoon zei ik mijn vader dat ik met terugwerkende kracht tegen mijn docent zou willen zeggen: voortaan lezen alle studenten die de slavernij bestuderen dít. Hij glimlachte zo’n tevreden vaderlijke glimlach door de telefoon. Met een zweem van alwetendheid. Dit gesprek en deze dag (De Kom in de canon) had hij natuurlijk allang voorzien. ‘Ja, pap.’ Mijn vader overleed in februari, ik mis hem nog elke dag.

Misschien wel het mooiste detail uit Wij slaven van Suriname vind ik de repeterende terugkeer van ‘onze vaders’ en (iets minder vaak) ‘onze moeders’. De cadans van die woorden resoneert in mijn gemoed. Omdat De Kom de naamlozen daarmee een gezicht geeft. Slaven? Onze vaders, onze moeders. Hoofden op een staak? Onze vaders, onze moeders. In de buiken van de schepen? Onze ouders, onze grootouders.

Nazaat van veel

Tijdens het lezen en herlezen dacht ik zodoende onafgebroken: dit gaat ook over mij en mijn vader. Zoals alle Surinamers is mijn vader een nazaat van veel. Op elk continent is wel een voorouder geboren. Zelf heeft hij nooit in slavernij of contractarbeid gewerkt, toch hebben ze mede zijn mentale constitutie gevormd. Met zijn manifest gaf De Kom woorden aan mensen als mijn vader.

Dat we nu over Anton de Kom kunnen schrijven zonder dat iemand een wenkbrauw optrekt is vooruitgang, zelfs een reden tot feest. Het doet me beseffen dat tijden wel degelijk veranderen. Waar hij in Nederland nog opviel als exoot, voorzie ik dat mijn dochter – de drager van zijn en mijn Surinaamse genen – op een dag schouderophalend zal zeggen: ‘Gelijkheid? Dat was iets waar je vroeger voor moest strijden. Wij hoeven alleen maar in de gaten te houden dat niemand eraan tornt.’

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant. Dit artikel is een bekorte versie van haar essay in het nieuwe boek Antonlogie.

Anton de Kom

Deze week verschijnt het boek Antonlogie (Atlas Contact), een bundel essays over Anton de Kom en het belang van zijn werk. Met bijdragen van oa Mitchell Esajas, Vincent de Kom, Nina Jurna en Humberto Tan. Anton de Kom (1898-1945) was een Surinaamse vakbondsman en anti-koloniale activist, die naar Nederland werd verbannen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij hier in het verzet. Hij werd door de nazi’s gepakt en stierf in een Duits concentratiekamp. Mede dankzij zijn boek Wij slaven van Suriname uit 1934 werd hij in 2020 opgenomen in de Canon van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden