opinie

Met zijn controversiële opstelling bedreigt het CBS zijn eigen reputatie

Het lijkt wel alsof het Centraal Bureau voor de Statistiek eigenlijk geen boodschap heeft aan zijn eigen cijfers van inkomensongelijkheid, ziet Wiemer Salverda. Dat is funest voor het vertrouwen in het Bureau.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag Beeld ANP XTRA
Het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den HaagBeeld ANP XTRA

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek, stelt dat het gemiddelde inkomen van alle Nederlanders de afgelopen vijftig jaar (bijna) gelijke tred heeft gehouden met de groei van het BBP.

Dat klopt grotendeels. Op grond daarvan wraakt hij echter uitdrukkelijk onafhankelijke publicaties over de inmiddels breed gedragen opvatting dat inkomens in ons land al decennia niet profiteren van de economische groei. Ook dat klopt (in veel gevallen) en wel op grond van CBS-gegevens.

Van Mulligen baseert zich op macro-economische gemiddelden en gaat geheel voorbij aan de groeiende inkomensongelijkheid – waar de betrokken auteurs het nu juist over hebben. Dat betekent dat het CBS eigenlijk geen boodschap heeft aan zijn eigen statistieken van inkomens- en vermogensongelijkheid.

Deze controversiële opstelling als officieel standpunt van het CBS bedreigt de reputatie van het CBS als instantie die onbevooroordeeld statistische gegevens verzamelt en presenteert. Van die reputatie moet het CBS hebben, omdat het voor goede informatie afhankelijk is van het vertrouwen dat de bevolking heeft in het instituut.

Het is buitengewoon zorgelijk dat dit incident onderdeel vormt van de koers die de leiding van het CBS bewust heeft uitgezet. In 2014 attendeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid op de toenemende ongelijkheid in ons land. In de verkenning Hoe ongelijk is Nederland? toonde de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel de groeiende ongelijkheid van de vermogensverdeling, zelf besprak ik de groeiende inkomensongelijkheid – gebaseerd op de betreffende statistieken van het CBS.

In reactie daarop insinueerde de toenmalige directeur-generaal van het CBS, de heer Tjark Tjin-A-Tsoi, verdraaiing en ‘liegen met onze cijfers’ (NRC, 19-7-2014). In plaats van klantgericht alle CBS-materiaal te gaan checken op relevantie voor ongelijkheid, besloot hij tot een CBS-nieuwsvloer om cijfers ‘context’ te geven en ‘misbruik in publieke debatten’ te voorkomen (de Volkskrant, 10-6-2017). Zo wordt de hoofdeconoom nu geacht ‘de cijfers ook betekenis geven door het grotere verhaal te vertellen’ (website CBS). Dat gaat drastisch veel verder dan uitleggen hoe de gegevens in elkaar zitten, zo ervaart nu ieder die naar eer en geweten studie maakt van de ongelijkheid in ons land.

Het CBS is een belangrijk ambtelijk instituut, net als de Belastingdienst. Veel statistieken zijn van doorslaggevende betekenis voor overheidsbeleid inzake economische en sociale ontwikkeling en voor het draagvlak daarvan onder het brede publiek. De Belastingdienst raakt het leven van de bevolking direct. Het CBS doet dat indirect, met effecten die uiteindelijk net zo ingrijpend kunnen zijn. De Belastingdienst kan zaken juridisch afdwingen, dat is inmiddels afdoende bekend. Het CBS is voor de kwaliteit en waarde van zijn statistieken volledig afhankelijk van het vertrouwen dat de bevolking in het instituut stelt. Het is funest voor dat vertrouwen als de reputatie van het CBS dat het zijn werk zonder vooroordeel doet, wordt aangetast.

De huidige directeur-generaal, mevrouw Angelique Berg, zwijgt in alle talen, ondanks de commotie. De prangende vraag aan haar is of ze vasthoudt aan de koers dat de betekenis van de gegevens door het CBS zelf wordt vastgesteld, of dat ze die gaat wijzigen? En ook of ze bepaalt dat het grotere plaatje van de ongelijkheid alle aandacht verdient? Daar is veel werk aan de winkel.

Ik noem een paar voorbeelden: de kennis van inkomens- en vermogensverdeling die het CBS publiekelijk deelt, geeft weinig detail over de top (waarom geen vermogens-top500 gemaakt?) en gaat niet ver terug in de tijd – het minimum zou de 50 jaar moeten zijn die Van Mulligens analyse bestrijkt; van de loonongelijkheid bestaat überhaupt geen afdoende statistiek; inzicht in de samenvoeging van inkomens in huishoudens, waarop de inkomensongelijkheid drijft, ontbreekt.

Wiemer Salverda is emeritus hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid, Universiteit van Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden