Met zesjes komen vwo¿ers er ook

De slechte scores van Nederlandse vwo’ers zijn betrekkelijk: ze hebben geen dwingende reden om de middelmaat te ontstijgen.

Herman van de Werfhorst

We zouden bijna gaan denken dat het volledig de verkeerde kant op gaat met het Nederlandse onderwijs. Het Centraal Planbureau berekende zelfs een kostenpost van tussen de 5 en 10 miljard euro op jaarbasis, als gevolg van de afnemende leerprestaties van Nederlandse leerlingen.

De Nederlandse ambitie om tot de top-5 te behoren raakt steeds verder uit zicht: Nederlandse leerlingen zijn gedaald op de ranglijst van landen die meedoen aan de Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het kabinet is wel gek als het niet meer investeert in het onderwijs als dat op jaarbasis de economie laat groeien met 5 tot 10 miljard.

Maar wat is er eigenlijk aan de hand? Gaat het echt zo enorm mis met het onderwijs? Twee zaken vallen op in het onderzoek van het CPB. Allereerst is er inderdaad een zorgelijke afname van de leerprestaties van Nederlandse leerlingen. De gemiddelde toetsscores nemen simpelweg af. Daarover geen discussie, hoewel de statistische significantie van deze afname twijfelachtig is.

Kwalijk
Ook geen discussie over de zorgelijkheid van deze ontwikkelingen: het is kwalijk dat Nederlandse leerlingen steeds minder goed gaan presteren. Zeker nu de afname aangetoond wordt voor drie opeenvolgende PISA-studies (met steeds drie jaar ertussen) is dit een probleem. En de ambitie moet zijn: omhoog met die prestaties.

Echter, het feit dat de positie van Nederland op de ranglijst daalt, is niet zozeer het gevolg van deze verslechterde leerprestaties. Er zijn simpelweg nieuwe landen bij gekomen die bovenaan de ranglijstjes staan. Nou ja landen, het betreft onder andere Shanghai (China) en Singapore. En Shanghai is niet representatief voor heel China.

Een tweede kwestie betreft de enorme economische consequenties die door het CPB worden getrokken. Men gaat er van uit dat, als de leerlingen even goed waren blijven presteren, het bruto binnenlands product met ‘enkele procenten’ omhoog zou gaan. Om tot dit cijfer te komen, gaat het CPB te rade bij empirische studies over de relatie tussen schoolprestaties (gemeten met bijvoorbeeld PISA toetsscores) en economische groei.

Tekortkomingen
Deze studies hebben nogal wat tekortkomingen. Het meest in het oog springende probleem is dat ze er van uitgaan dat de relatie tussen schoolprestaties en economische groei in alle landen bestaat. Wat sociologen uit Stanford echter hebben aangetoond, is dat de relatie tussen schoolprestaties en economische groei zich vooral voordoet in ontwikkelingslanden. In westerse landen is die relatie er nauwelijks. Die studies werden echter niet opgenomen in het literatuuroverzicht van het CPB. Waarom zouden economen immers sociologische literatuur lezen!

Ik wil de ontwikkeling niet bagatelliseren. En ik ben het met het CPB (en de minister) eens dat winst vooral behaald kan worden aan de bovenkant van het systeem (op het vwo). We geven onze goede leerlingen de kans zich volledig te ontplooien gedurende vier tot zes jaar, maar toch blijven juist hun prestaties achter bij de ‘top’ in andere landen. Dat is een gevolg van het niet-selectieve karakter van het Nederlandse hoger onderwijs.

Een vwo-diploma geeft, ongeacht de behaalde eindexamencijfers, toegang tot de meeste universitaire opleidingen. Waarom zou een vwo-leerling dan naar de hoogste eindscore streven? Als we iets willen doen aan de schoolprestaties van vwo-leerlingen, moeten we in het hoger onderwijs beginnen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden