ColumnDanka Stuijver

Met man en macht houden we ic-bedden vrij, achter de voordeur voltrekt zich het zwarte scenario

null Beeld

‘Hij is een mager 6-jarig jongetje met prachtige krullen. Vanaf de schoot van zijn pleegmoeder houdt hij mij nauwlettend in de gaten. In zijn ogen een blik die ik niet ken bij een kind van deze leeftijd. Een blik van verachting en woede: ‘Jij gaat mij niks maken trut.’ En wat ik ook zeg en probeer: ik mag niet in zijn oren kijken. De pleegmoeder en ik wisselen een blik van verstandhouding. Nu doorpakken.

Ik probeer snel maar kalm te werken terwijl het jongetje naar mij trapt en spuugt. Zijn pleegmoeder houdt hem dicht tegen zich aan geklemd. Ze fluistert: ‘Ik ben bij je, ik blijf bij je, het is goed. Ik ben bij je, ik blijf bij je, het is goed.’ Als ik klaar ben, verlaat ik even de kamer om de jongen de kans te geven te kalmeren. En ik geef mezelf de kans me te herpakken.

De jongen woont nu een half jaar in dit pleeggezin. Meerdere malen per week wordt hij ’s nachts schreeuwend wakker, waarna hij zichzelf op de zijkant van zijn hoofd slaat of met zijn hoofd tegen de muur bonkt. De pleegmoeder dacht, of hoopte, dat hij oorpijn had. Maar zijn oren zijn het probleem niet. Was het maar zo simpel te verhelpen, met een druppeltje of een zalfje.

Ik hoor op de gang hoe het boze schreeuwen verandert in huilen. Een laag en traag huilen, als van een gewond, bang dier. Als ik de kamer weer inloop, zie ik dat hij ligt te slapen op de schoot van zijn pleegmoeder. Ze aait over zijn krullen. Het zweet staat op haar voorhoofd en een traan loopt over haar wang. ‘Sorry’, mompelt ze. ‘Die klotecorona. Hij heeft de eerste lockdown zoveel klappen gehad dat hij het zichzelf nu aandoet. Ik geloof dat hij denkt dat hij het verdient. Ik knuffel hem en praat met hem, maar soms lijkt hij wel... gebroken.’

Met de slapende jongen in haar armen staat ze op. Ik kijk haar na. Een klein vrouwtje dat letterlijk en figuurlijk gebukt gaat onder de zorg voor haar pleegzoon.

‘Door de coronamaatregelen is in de eerste golf het zwarte scenario voorkomen’, zo verkondigden media en opgeluchte ic-artsen in talkshows. Maar terwijl men met man en macht het aantal vrije bedden in de ziekenhuizen nauwlettend in de gaten hield, voltrok zich achter de voordeur een stille ramp. Het zwarte scenario is voor veel kinderen een dagelijkse realiteit waaraan ze niet kunnen ontkomen. Het aantal kinderen dat tijdens de eerste lockdown het slachtoffer is geworden van kindermishandeling, wordt geschat op 40.000. Dat is ruim drie keer zoveel als voor de coronapandemie.

Ook andere gevolgen van de coronamaatregelen voor de jeugd worden langzaam maar zeker zichtbaar. Er is een toename van het aantal zelfmoordpogingen en eetstoornissen, soms al bij kinderen van twaalf of dertien jaar. Zij verliezen vertrouwen en grip op zichzelf en op hun omgeving. Ze voelen zich verloren zonder hun school en vriendjes.

En terwijl menig volwassene ervoor kiest om gewoon wel even naar kantoor te gaan, hebben kinderen geen keus. Hun school is dicht. Het recht op onderwijs lijkt daarmee ondergeschikt geraakt aan het recht op toegang tot zorg.

Met het voortduren van de lockdown groeien de leerachterstanden. De verwachting is dat dit uiteindelijk zal leiden tot een lager opleidingsniveau bij veel kinderen en, daarmee, een lagere levensverwachting. Dat betekent dat onze kinderen levensjaren ­inleveren zodat onze ouderen er jaren bijkrijgen. Is dat eerlijk? School is voor veel kinderen, zoals het krullenbolletje, niet alleen de plek waar ze leren. Het is een veilige haven. Daar hoeven ze niet op eieren te lopen. Ze mogen er groeien en bloeien op dat ene compliment van die ene juf.

Onterecht lijkt het idee te bestaan dat kinderen straks wel op hun pootjes zullen landen. Leerachterstanden? Halen ze wel in. Blauwe plekken? Die verdwijnen. Angstig en somber? Ach nee, in de oorlog tóén… Et cetera. Het is juist de jeugd die het kind van deze steeds hoger oplopende corona-­rekening wordt.

Als we in deze coronacrisis ouderen niet met dor hout mogen vergelijken, moeten we stoppen met kinderen beschouwen als flexibel buigzame twijgjes. Er komt een moment dat een twijgje niet meer buigt, maar breekt. Nog voordat uit de knoppen van het twijgje de bloesem kan gaan bloeien.’

Danka Stuijver is huisarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden