Opinie

Met koopkrachtplaatjes in de hand kun je niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien

Koopkrachtcijfers spelen in de politiek een grote rol. Veel aandacht en actie. Maar wat koop je ervoor, vragen Laura van Geest en Patrick Koot zich af.

De Rotterdamse 'koopgoot'. In koopkrachtplaatjes consumeren we hetzelfde. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Wij houden niet van ongelijkheid, zeggen we. Oog voor inkomensverschillen vind je in beleid en in de bouwstenen voor beleid: al bijna vijftig jaar produceert het CPB koopkrachtcijfers, eerst voor het fictieve huishouden van 'Jan Modaal', nu voor een baaierd aan groepen op basis van een representatieve steekproef. Doorrekeningen van verkiezingsprogramma's en regeerakkoorden presenteren koopkrachtcijfers. En er gaat geen jaar voorbij of koopkracht speelt een rol op Prinsjesdag. Veel aandacht en actie dus, maar wat koop je ervoor?

De koopkrachtplaatjes geven een gestileerde weergave van de werkelijkheid. Hoeveel hebben huishoudens volgend jaar meer of minder te besteden als economie en beleid zich conform plan ontwikkelen én er verder niets verandert. In de koopkrachtplaatjes vind je geen baan, maak je nooit promotie, krijg je geen kinderen, ga je niet scheiden, ga je nooit met pensioen. Ook al zijn de (dynamische) effecten daarvan soms veel forser, in de plaatjes blijft alles bij het oude. Daarnaast consumeren we allemaal hetzelfde. Statische koopkrachtplaatjes bieden beleidsmakers inzicht op hoofdlijnen, maar zijn minder geschikt voor de vertaling naar de privéportemonnee.

Het CPB rapporteert de mediane ontwikkeling, dat wil zeggen dat de helft van de mensen in de groep er minder en de helft er meer op vooruitgaat dan het genoemde getal. Rond de mediane koopkrachtontwikkeling zit een forse spreiding. Een mediaan van 0,6 procent voor alle huishoudens in 2018 betekent niet dat alle huishoudens erop vooruitgaan. Zo'n 16 procent gaat er toch op achteruit, terwijl andere huishoudens er meer dan 2 of zelfs 3 procent op vooruitgaan. De ambitie om iedereen erop vooruit te laten gaan is daarmee vaak veel duurder dan een mediaan van nul voor alle huishoudens. Ook deze spreiding maakt koppeling aan persoonlijke situaties lastig.

De koopkrachtraming is bovendien door een flinke onzekerheid omgeven. Het voorspellen van de contractloonontwikkeling, de inflatie en de nominale zorgpremie blijkt een uitdagende klus en uitdagender naarmate het verder in de tijd ligt. In het lopende jaar is de onzekerheid kleiner, omdat meer zaken al bekend zijn. Deze voorspellingsfouten zijn een derde reden dat het mensen in de praktijk beter of slechter afgaat dan verwacht.

Koopkracht speelt een belangrijke rol bij verkiezingsprogramma's, regeerakkoorden en Prinsjesdag. Naast het bijsturen van de algemene koopkracht, beziet de besluitvorming of de ontwikkeling evenwichtig is voor de verschillende bevolkingsgroepen. Wat evenwichtig is en naar welke groepen gekeken wordt, hangt af van politieke opvattingen.

Het is dan ook geen wonder dat de koopkrachttabellen een groot aantal groepen in beeld brengen. Het is ook geen wonder dat Nederland een eenvoudig stelsel van belastingen, premies, toeslagen en subsidies wel met de mond belijdt, maar niet makkelijk realiseert.

Als je de koopkrachtcijfers voor en na besluitvorming vergelijkt, vallen twee zaken op. Herverdeling van koopkrachteffecten snijdt hout. De spreiding in koopkracht tussen verschillende groepen wordt veelal verkleind. En vaak met succes. Groepen, waarvoor beoogd werd dat zij er het meeste op vooruitgaan op Prinsjesdag (MEV), gaan er ook echt het meeste op vooruit. En de spreiding wordt echt beperkt.

Het sturen op precieze getallen gaat voorbij aan de vele onzekerheden rond koopkracht en kent een prijs: complexiteit. De besluitvorming beoogt met beperkte budgettaire middelen een evenwichtig koopkrachtbeeld. Frequente rekenrondes tijdens formatie, Prinsjesdagbesluitvorming en de doorrekening van verkiezingsprogramma's zijn het resultaat. Een blik op de koopkrachtopstellingen van het kabinet suggereert dat bij voorkeur een ondergrens van 0,0 wordt gehanteerd (en dat geen groep er dus op achteruitgaat).

Gezien de voorspellingsonzekerheid is sturen op de nul opvallend. Om zeker te stellen dat de mediane koopkrachtontwikkeling in 2018 minimaal gelijk is aan nul, is een marge van circa 1,4 procent koopkracht vereist (kosten: 4,1 miljard euro). Het precieze sturen op tienden zorgt ervoor dat er steeds meer inkomensregelingen ontstaan, dan wel aangepast worden, hetgeen zorgt voor een complex belastingstelsel.

Nederland is een relatief vlak land. Het bijsturen van de koopkrachtplaatjes draagt daar zeker aan bij. Een ingewikkeld stelsel van belastingen, premies en toeslagen is de prijs die we daarvoor betalen. Op andere punten zijn de verwachtingen echt te hoog gespannen en is het betere de vijand van het goede. Je kunt met de koopkrachtplaatjes in de hand niet bepalen hoe je eigen portemonnee er volgend jaar uit gaat zien. Gelukkig zijn we daar onvoldoende eenheidsworst voor. Het streven naar een precieze uitkomst tot op een tiende achter de komma - zoals het wegpoetsen van minnen - verhoudt zich slecht tot de onzekerheid die onlosmakelijk verbonden is aan elke raming.

Laura van Geest en Patrick Koot zijn respectievelijk directeur van en onderzoeker bij het Centraal Planbureau.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.