Column Aleid Truijens

Met kinderen experimenteer je niet: een kind dat mislukt onderwijs heeft gehad, krijgt geen tweede kans

Toegegeven, het bekt ook niet lekker. ‘Het verwerven van een adequate woordenschat’; ‘Regels kennen voor het spellen van werkwoorden’; ‘Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen volgens verkorte standaardprocedures’ – het is maar een greep uit de officiële kerndoelen voor het basisonderwijs. Reuzebelangrijk, de basisvaardigheden. Als je dit niet kunt, kom je nergens.

Maar met zulke dorre kwaliteiten win je tegenwoordig echt niet de strijd om de leerling. Geen ouderhart gaat er sneller van kloppen.

Ouders willen graag een hoogopgeleid kind dat succes heeft in de wereld. Maar ze willen óók dat hun schatje het leuk heeft op school, dat het niet van zijn geliefde schermpje wordt weggerukt én dat zijn unieke persoonlijkheid uit de verf komt. Moeilijk te verenigen eisen. Daarom zijn ouders zo gevoelig voor hip klinkend onderwijs als Digital Learning, Virtual Reality Learning, zelfsturend, waarderend of intrinsiek motiverend onderwijs. Ouders horen liever over ‘kansen’, ‘talenten’ en ‘challenges’ dan over tekortkomingen en achterstanden. ‘Passie’, ‘empathie’ en ‘emotionele groei’ lijken belangrijker dan leesvaardigheid. ‘Innovatie’ klinkt stukken beter dan ‘traditioneel’ onderwijs, dat riekt naar de 19de-eeuwse stampklasjes.

Het is begrijpelijk dat scholen leerlingen proberen te werven met een hip imago, vooral als die vernieuwingen ook nog eens goedkoper uitpakken: er zijn minder leraren nodig, alleen wat ‘coaches’, bijgestaan door ‘PAL’s’ (Personal Assistent Leraar) en de inefficiënte klassen en roosters kunnen ook weg. Voeg daarbij de bloeiende cursusindustrie die er garen bij spint om scholen continu aan het innoveren te houden en je begrijpt de onuitroeibare aantrekkingskracht van onderwijsvernieuwing.

Wat kritische, op kennis en vaardigheden gerichte leraren hiervan doorgaans vinden, laat zich raden. Zij voelen zich ouderwets verantwoordelijk voelen voor ‘kerndoelen’, maar krijgen daarvoor weinig waardering. In de ogen van de schoolmanagers, die net zo lekker bezig zijn met vernieuwen, zijn zij hinderlijke, remmende factoren. Het grootste probleem in het onderwijs is dat wat de overheid en de kenniseconomie eisen niet is wat schoolbesturen en ouders willen.

Nu komt de Inspectie van het Onderwijs weer akelig nieuws brengen. Remmende factor, die Inspectie. Elk jaar rinkelen de alarmbellen bij die chagrijnige waakhond. Het rapport De Staat van het Onderwijs geeft ook in 2019 weer weinig redenen tot knallende kurken. Het niveau van het onderwijs kachelt nog steeds gestaag achteruit - dat doet het al een jaar of twintig, precies die twintig jaar waarin een wildgroei aan onderwijsvernieuwingen ontstond. De Inspectie stelt vast dat we het gemiddeld nog redelijk doen, maar dat de beste leerlingen minder goed presteren en de groep laag presterende leerlingen groeit. Dat is zorgwekkend nieuws.

De Inspectie laat nu zien dat alle innovatie geen zier heeft bijgedragen aan de verbetering van het onderwijs. Leerlingen zijn niet beter gaan presteren, maar ze zijn óók niet gemotiveerder geraakt. Scholen blijken matige leerlingen: ze evalueren hun vernieuwingen niet en profiteren niet van wetenschappelijke inzichten. Zo duiken achterhaalde onderwijsconcepten telkens weer op.

Natuurlijk moet er geleidelijk en verstandig vernieuwd worden, op een manier die gegarandeerd werkt. Terecht verwijst de Inspectie naar de overheid, die de huidige wildgroei heeft laten ontstaan en onduidelijke eisen stelt. Overigens speelde de Inspectie aan het begin van deze eeuw zelf ook voor vernieuwingspolitie. Inspectierapporten stonden vol gebazel over ‘eigenaarschap’ van het leerproces en over verouderde werkvormen. Ander probleem: de evaluatie van vernieuwingen vereist nauwkeurige administratie, en administratie is juist wat leraren nekt en wegjaagt.

Van mislukkingen kun je leren, zeggen onze twee onderwijsministers laconiek. Dat is een gevaarlijke dooddoener. Een kind dat mislukt onderwijs heeft gehad, krijgt geen tweede kans. Met kinderen experimenteer je niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.