ColumnBert Wagendorp

Met het omtrekken van een standbeeld trek je ook de schaamtevolle herinnering en kennis ondersteboven

In Saint Paul, Minnesota, werd deze week een standbeeld van Christoffel Columbus omver getrokken. In Richmond, Virginia, werd het standbeeld van Columbus in een meer geworpen en in Boston werd Columbus onthoofd. Columbus ontdekte in 1492 Amerika, maar hij geldt ook als de vader van de slavernij en de massamoord op de natives

Op meerdere plaatsen in de wereld sneuvelen standbeelden van mannen die in verband worden gebracht met slavernij en racisme. In de VS met name die van leiders van de zuidelijke staten die weigerden de slavernij af te schaffen. De president van de Confederatie, Jefferson Davis, werd in Richmond, Virginia, van z’n sokkel getrokken, in Charlottesville is generaal Robert E. Lee zijn leven niet zeker en de overheid wil zijn standbeeld in Richmond verwijderen voor het omver wordt getrokken. Nancy Pelosi, de Democratische voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, wil alle standbeelden van zuidelijke leiders en generaals in het Capitool weghalen. Volgens haar zijn het ‘eerbetonen aan haat, niet aan erfgoed’.

In Groot-Brittannië heeft de Black Lives Matter-beweging een lijst opgesteld van bijna tachtig standbeelden die omver moeten, onder de noemer Topple the Racists. Het bekendste is dat van admiraal Horatio Nelson op Trafalgar Square in Londen. Dat zal nog een hele klus worden, want Nelson staat hoog en droog op zijn pilaar. Hij was een fel tegenstander van afschaffing van de slavernij.

Het omtrekken van standbeelden van racisten en ander tuig van de richel is een daad die op zich wel valt te begrijpen, maar het blijft symboolactivisme. Het is een protest tegen vergane macht en machtsmisbruik en tegelijkertijd een teken van machteloosheid tegen modern onrecht.

Maar omdat alles wat zich in het identiteitsdenken in de VS voordoet in Nederland op enig moment wordt geïmiteerd, inclusief woke taalgebruik, zullen we ook hier te maken krijgen met beeldenhaat. Probleem is wel dat we geen natie van standbeelden zijn, een positief gevolg van onze egalitaire samenleving.

Maar we hebben de racist Jan Pieterszn Coen, de stichter van Batavia en slachter van Banda, wiens standbeeld in zijn geboorteplaats Hoorn staat. Daarover ontstond een kleine tien jaar geleden al ophef – maar het staat er nog.

Met het omvertrekken van een standbeeld verander je de eraan gekoppelde geschiedenis niet. Sterker: je verwijdert een herinnering en daarmee kennis. Bovendien is het bijna altijd een versimpeling. Onder de Amerikaanse president Abraham Lincoln werd van 1861 tot en met 1865 de Burgeroorlog uitgevochten die een eind zou maken aan de slavernij. Maar Lincoln was niettemin naar onze huidige maatstaven een zuivere racist. Hij was tegen stemrecht voor zwarten, tegen zwarten in jury’s of bestuursfuncties en tegen gemengde huwelijken. Reden genoeg hem ook van zijn honderden sokkels te trekken – maar wat zouden we ermee opschieten?

De Amsterdamse grachtengordel telt honderden ‘schuldige’ panden – gefinancierd met roofhandel, onderdrukking, wapenverkopen en slavenhandel. Dat is ernstiger dan een standbeeld. Dus wat doen we daarmee?

In mijn stadje staat het Jan van Riebeeckhuis, waar de herinnering aan de stichter van de Kaapkolonie levend wordt gehouden. Van Riebeeck bouwde zijn Zuid-Afrikaanse droom op moord en doodslag – en op slavernij.

Moet daarom de sloperskogel in het fraaie pand? Laten we de schaamtevolle herinnering liever overeind houden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden