Opinie Onderwijs

Met het mbo is niets mis. Het enige wat er niet aan klopt, is het imago

Doorstromen naar het hbo via het mbo biedt leerling juist meer kansen dan doorstromen via de havo.

Studenten bij een klas haarverzorging op het ROC in Amsterdam. Beeld Aurélie Geurts

De doorstroomwet voor vmbo naar havo loopt vertraging op, bleek vorige week. De wet die leerlingen met het diploma vmbo-g en vmbo-t drempelloos doorstroomrecht moet geven naar havo 4, is met ingang van het volgende schooljaar nog niet van kracht, waardoor een grote groep vmbo’ers ‘buiten de boot valt’ (Ten Eerste, 16 april).

Als altijd gaat het weer om wetten, om cijfergemiddelden, om voortgezet onderwijs dat wordt afgerekend op hun onderwijsresultaten, om ouders die hoge verwachtingen van hun kinderen hebben en om het imago van school. Terwijl het zou moeten gaan om de jongere zelf, om zijn leerstijl en om zijn mogelijkheden tot optimale ontwikkeling. Cijfers zijn subjectief. De ene vmbo-leerling maakt veel meer kans op succes met een praktijkgerichte mbo-opleiding, terwijl de andere leerling met precies ­dezelfde cijferlijst zichzelf veel beter kan ontwikkelen op de havo of misschien juist op een leerwerkplek.

Valt een leerling buiten de boot als hij niet via de havo, maar via het mbo naar het hbo doorstroomt? Juist niet: de Onderwijsinspectie luidde onlangs de noodklok omdat het zo slecht gaat met de havo. Gun je een jongere een falend onderwijssysteem dat alleen maar als doorgeefluik fungeert? Of gun je hem de contextrijke, betekenisvolle en praktijkgerichte omgeving van het mbo waarmee hij kan doorstromen naar het hbo of als volleerd vakman aan het werk kan?

Het gepersonaliseerde leren op het mbo biedt elke jongere volop kansen om zich op zijn eigen manier te ontwikkelen, om van zijn verhaal een succesverhaal te maken. Met het mbo is – in tegenstelling tot de havo – niets mis. Het enige wat er niet aan klopt, is het imago, dat gebaseerd is op on­wetendheid.

Het lijkt voor politici, die veelal nooit een (v)mbo-les van nabij hebben meegemaakt, lastig om adequaat beleid te bepalen op dit gebied. Het lijkt voor journalisten, die zelf vaak andere dan (v)mbo-wegen hebben bewandeld, moeilijk om het onterecht negatieve imago van (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs om te buigen. Straks staan de media bijvoorbeeld weer bol van nieuws over havo- en vwo-examens, terwijl we nauwelijks iets horen over de vmbo-examens, die vorige week zijn begonnen.

Jammer. De arbeidsmarkt staat te springen om vakmensen; voor vrijwel alle afgestudeerde mbo’ers is er baangarantie. Een volleerd metselaar kan tot zo’n 6 duizend à 7 duizend euro bruto per maand verdienen. De 500 duizend mbo-studenten van nu houden straks de BV Nederland op de been.

Laten we deze mensen de eer geven die hen toekomt. En laten we onze jongeren de (school)ontwikkeling bieden die het beste bij hen past.

Wij nodigen beleidsmakers en ­media die meer willen weten van harte uit om kennis te komen maken met de vele mogelijkheden van het (v)mbo.

Thomas van der Staak en Jan Nijhuis, directeuren van het Landstede MBO Zwolle.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel werd de indruk gewekt dat de term ‘vmbo’ staat voor ‘voortgezet middelbaar beroepsonderwijs’. De ‘v’ staat voor ‘voorbereidend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden