Column Joost Zaat

Met elke vertrekkende hulpverlener verdwijnt er kennis over de verhalen van mensen

Met de allergrootste bos bloemen die ik vinden kon, sta ik aan het eind van de dag bij onze praktijk. Het is de laatste werkdag van mijn maatje met wie ik 12 jaar mijn praktijk deel; ik twee dagen, zij twee dagen. Ze gaat dichter bij haar woonplaats werken. Volgende week komt er een nieuwe dokter. Met elke vertrekkende hulpverlener verdwijnt er kennis over de verhalen van mensen. In ons vermaledijde epd staan zaken als bloeddruk, suikergehalte, operaties en globaal de klachten, maar hoe een patiënt met die klachten omgaat, zit in onze hoofden en die kennis verdwijnt als de dokter vertrekt. In haar hoofd zit kennis die ik niet heb. Vertrek is als een definitieve computercrash. Floep, alles weg.

Dokteren doen huisartsen zelden alleen. De oudere solo-huisarts die in een aangebouwde serre onleesbare receptjes schreef en wiens echtgenote de telefoon aannam, is een anachronisme. We waren met de praktijk onlangs een weekend weg; er waren 18 hotelkamers nodig. Huisartspraktijken zijn bedrijven. Toen we ons gebouw meer dan 30 jaar geleden ontwierpen, hadden we aan een wachtruimte, een balie, vier spreekkamers, een behandelkamer en een labje genoeg. We verbouwden de fietsenstalling, de vergaderruimte en huurden extra kamers bij. 

Nu, met al die verschillende hulpverleners in de praktijk is de zorg technisch zeker beter geworden, maar verhalen dreigen te versnipperen. In zo’n praktijk zoals die van ons valt het nog wel mee, maar ook bij ons hechten patiënten aan hun individuele zorgverleners. Wij lijken op elkaar maar zijn niet inwisselbaar. Je kunt als patiënt best wennen aan een nieuwe dokter, praktijkondersteuner of assistent maar het blijft een (mini)ramp. Zorg wordt immers pas echt goed als er een vertrouwensrelatie is, anders is het de Kwikfit. Prima voor standaardreparaties, maar als het ingewikkelder is dan een nieuwe uitlaat, moet je daar niet zijn.

‘Mijn dokter kent me door en door’, zeggen mensen. Dat laatste valt tegen, want veel weten we niet, maar in de kern is het waar. Hulpverleners die ergens langer werken dan een blauwe maandag kennen patiënten, kennen mantelzorgers, weten hoe een gezin in elkaar zit en of iemand kwetsbaar is. Het opknippen en het schuiven van abstracte zorg zoals verzekeraars doen – u kunt ook wel naar iemand anders – gaat voorbij aan die kennis die goede generalistische zorgverleners zoals huisartsen en wijkverpleegkundigen hebben. Misschien maakt het inderdaad niet heel veel uit wie je nieuwe lens of heup plaatst, maar het maakt zeker uit wie je troost, wie uitlegt of je die nieuwe heup wel nodig hebt en wie je aanhoort als het resultaat tegenvalt. Het maakt uit wie er aan je bed zit als je doodgaat. Het maakt uit wie je huisarts is.

De afgelopen weken zijn er flink wat dozen tissues in de spreekkamer van mijn vertrekkende collega geleegd. Patiënten gaan haar missen en zij hen. En ik? Ik ga vooral mijn maatje missen op wie ik blindelings vertrouwen kon.

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden